Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Ik praat weinig, maar zie alles

Abderrrazak Chabbi brengt me na het gesprek even naar de auto. Rozenwerf is een doolhof voor niet Rozenwervers…. Buren die net aan komen rijden, zwaaien naar hem vanuit de auto. Abderrazak Chabbi kent iedere steen en de meeste buren, vanaf z’n elfde woont hij hier.

Nu, 21 jaar later, woont hij hier met vrouw en twee zoontjes van 2 en 5 jaar oud. Weg van de Rozenwerf? Liever niet, maar het huis wordt wel erg slecht na 30 jaar…

“Het is wel veranderd in al die jaren,” zegt Abderrazak Chabbi. “Het was vroeger een grote familie hier. We spanden netjes tussen de huizen en gingen badmintonnen. Er werd gebarbecued op straat. Vooral voor de kinderen was er veel te doen. De kinderboerderij, de sporthal, zwemmen, allerlei activiteiten die door de sportclubs en de buurthuizen georganiseerd werden. Voetbaltoernooitjes waarbij families tegen elkaar voetbalden. Dat is er niet meer en dat mis ik echt. Er is nu zo weinig te doen voor de kinderen, ik wil dat graag veranderen. Ik probeer weer activiteiten terug te krijgen in de sporthal, vroeger konden kinderen daar elke woensdag voor een klein bedragje van alles doen. Weet je, als ik die jongeren hier zie rondhangen, bij de bushalte en zo, ze drinken en blowen, er is niets anders voor ze te doen. Ik praat niet veel, maar ik zie alles wat er in mijn buurt gebeurt. Ik vind dat we zelf dingen kunnen organiseren maar de gemeente moet ook wat doen? Voor veel gezinnen is het te duur om bij een sportclub aangesloten te zijn. En de wijkcentra zijn dicht en in het zwembad kun je niet meer vrij zwemmen. Dat is toch jammer?”

Fatiha schenkt thee. In 1994 trouwde ze met Abderrazak en later is ze in Nederland op de Rozenwerf komen wonen. “Erg wennen,” zegt ze. “Ik liet alles achter, familie, vrienden, alles. Van Holland wist ik dat er veel water was. Nu ben ik gewend, ik heb goede buren. We helpen elkaar. Ook bij de school ontmoet ik veel andere ouders. En in de zomer bij de speeltuin, daar kun je de hele dag zitten. Mensen gaan dan om een uur of vijf iets te eten en te drinken halen. Daar spreek ik veel mensen. Nu in de winter zit ik veel meer binnen. De winkels zijn vlakbij, ik loop er naartoe om boodschappen te doen. En ook op de Polderhof is een kamer waar ouders met elkaar kunnen praten.” Haar man vult aan: “Ik ben best veel weg, ik werk buiten Almere, en ben ’s avonds ook veel weg. Veel vrienden van vroeger zijn verhuisd. Ik zat op de Meergronden en kende iedereen hier. De meeste vrienden zijn verhuisd vanwege school en werk. In de pubertijd ging ik veel uit, er was het Theatercafé en je had Papillon. Het Bruggetje was de enige discotheek hier, die is nu gesloten.”

“We merkten wel een verandering na de dood van Pim Fortuyn en Theo van Gogh. Niet in de wijk gelukkig, maar wel daarbuiten op m’n werk enzo. Iemand zei na de dood van Fortuyn tegen me ‘ik hoop voor je dat het geen Marokkaan is, want dan kost het je je kop’. Zoiets vergeet je nooit meer. Dreigementen. Er zijn dan grenzen dat je het niet meer aan kan. Ik ben hier opgegroeid, maar ik ben ook Marokkaan. In de wijk had ik geen last hoor. Het is hier goed wonen, de Rozenwerf is de beste plek om op te groeien. Maar er moet wel meer gebeuren voor de jeugd.” “Hij wil ook nooit meer weg,” lacht Fatiha. “Ik zou wel weg willen. Het huis is niet goed, koud en vochtig. Maar de buren zijn leuk en ergens anders weet je dat natuurlijk niet.” “Dat is waar, de schimmel staat op de muren,” zegt Abderrazak. “Ik heb het met speciale verf moeten schilderen….”

Reacties