Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Bijna 30 jaar aan de Stadswerf

1976 - 2006
/

Het is koud en grijs als ik de Stadswerf oploop. De voortuin van nummer 20 ligt er strak bij. Duidelijk liefdevol ingericht en onderhouden.

Als ik aanbel doet mijnheer Barends open en laat me binnen. Mevrouw Barends zit voor het raam en kijkt naar buiten. Ze zijn 94 en 92 jaar oud maar prima in staat voor zichzelf te zorgen. Mijnheer en mevrouw Barends wonen al bijna 30 jaar op de Stadswerf.

"We kwamen hier wonen toen ik gepensioneerd werd," vertelt mijnheer Barends. “We hebben 40 jaar in Amsterdam gewoond. Van alles heb ik gedaan om aan de kost te komen. Typograaf geweest, sigarenwinkel gehad, stofzuigers verkocht." Zingend: "En hij klopt en hij veegt en hij zuigt…Ik heb het langste voor het ziekenfonds gewerkt en had daarnaast ook nog een eigen assurantiekantoor. Ging de hele stad door om bij de klanten de contributie op te halen. Van de Wallen, waar de meiden het geld op tafel klaar hadden liggen, tot Amsterdam Zuid. Wij woonden zelf op de Hoofdweg, vlakbij het Mercatorplein. Een mooie woning, groot en met een badkamer, maar alles ging zo achteruit in Amsterdam. Het werd een rommeltje. Ik wilde graag naar buiten, een nette buurt, beetje natuur om me heen.

Toen we het hier voor het eerst zagen, vonden we het te klein en hebben we het niet genomen. Dat was dit huis. We kregen het toen weer aangeboden, weer niet gedaan. De derde keer zei mijn schoonzoon: waarom doe je het niet? Toen hebben we het gedaan.""“Onder protest van mij. Ik wilde helemaal niet,"zegt mevrouw Barends, nog altijd verontwaardigd. “Ik heb er nog steeds moeite mee. Niet met Almere, maar met dit huis. Veels te klein! Hier beneden in het huisje is het wel goed. Maar boven, ik vind het nog steeds niks. Van die kleine raampjes boven en zo’n schuin dak, niks an. Ik zou best weg willen. Op de Hoofdweg had ik openslaande deuren naar buiten in de slaapkamer." Mijnheer Barends: "Ik heb in die schuine kant allemaal kastjes laten maken, anders kun je hier niks kwijt. En ja, zij wil wel weg, maar op onze leeftijd verhuizen, dat valt niet mee. En een bejaardentehuis, daar wil ik van m’n leven niet in."

“Toen we hier kwamen wonen was er alleen maar zand en daartussen een blokje huizen, een puinhoop was het in het begin." herinnert mijnheer Barends zich. “We sjokten door het zand naar de noodwinkeltjes en naar kennissen. Aan de overkant zat de groenteboer, daar kochten we groenten. Het was gezellig, veel mensen van onze leeftijd. Er hing echt een leuke sfeer. We kwamen bij elkaar over de vloer met verjaardagen, legden een kaartje. Maar die zijn allemaal overleden. Het is hier een bende geworden, daarom wil mijn vrouw ook graag weg. Ik heb veel werk van de tuin gemaakt, achterin hebben we een watervalletje, zie je? Maar al die katten uit de buurt komen hier pissen en graven. Dat ze daar nou niks aan doen."

Mevrouw Barends scharrelt door de keuken terwijl ze koffie zet. "Het is wel veranderd hoor. De sfeer is niet leuk meer, ik ken mijn buren nauwelijks nog." Vervolgens soms ze op wie er allemaal in het rijtje wonen en met wie ze wel of geen contact heeft. “Vroeger gingen we ook dansen, bij Dansschool Dekker, weet je nog?" zegt ze tegen haar man. "Ja, borreltje erbij. Gezellig. Nu komen we nergens meer. We worden toch een dagje ouder. Mijn vrouw rijdt nog auto. We gaan met de auto naar het ziekenhuis in Stad maar ook naar de Maxis in Muiden. Ken je dat? Leuk is het daar. Vorige week moest ik naar het ziekenhuis, hebben we nog even overwogen een hapje gaan eten in het Gouden Huis.

De kinderen wonen niet in Almere, die zitten in Monnikendam en Hoogcarspel. En we hebben kleinkinderen in het buitenland. We zijn 67 jaar getrouwd. Op ons huwelijksfeest kwam burgemeester Jorritsma langs. Kijk, deze kalender hebben ze gemaakt voor ons. Met foto’s van het feest." Ruim een uur lang praten we, vooral over vroeger. Het harde werken, Amsterdam, de kinderen. En de sfeer van nu die toch een stuk minder is. Bij het afscheid pakt mijnheer Barends mijn hand en geeft er een kus op. Mevrouw Barends pakt me bij mijn schouders. “Doe je jas aan kind, het is koud buiten."

Bijdragen 
Reacties