Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Van domino tot doe-het-zelf

1991

6 maart 1991: er heerst een lacherige sfeer in de hal van het nieuwe Flevoziekenhuis. Op de galerijen hebben zich talloze medewerkers en bezoekers verzameld, die samen afwachten tot de kartonnen reuzendominostenen omvallen. Aan het eind zullen de gekantelde stenen een tekst onthullen:

‘1976: eerste plannen om het Burgerziekenhuis naar Almere te verhuizen. Op weg naar een gezond Flevoland.’
Dat is in een notendop de voorgeschiedenis van het gloednieuwe ziekenhuis van Almere. Het honderdjarige Burgerziekenhuis in Amsterdam dreigde te worden opgeheven wegens een overschot aan bedden in de hoofdstad. In Almere stond de gezondheidszorg nog in de kinderschoenen. De oplossing lag voor de hand.

Polikliniek

In 1981 startte het Burgerziekenhuis een polikliniek in het Almeerse winkelcentrum Polyzathe. Er waren diverse specialismen vertegenwoordigd. Twee vaste units met kindergeneeskunde en oogheelkunde en drie wisselpoli’s voor onder meer dermatologie, gynaecologie en interne geneeskunde. Het was de bedoeling dat deze polikliniek de zes jaar tot het nieuwe ziekenhuis gereed was, zou overbruggen. Het werden er uiteindelijk tien.

Sneller

Uitgangspunt van het Flevoziekenhuis waren nieuwe inzichten in de gezondheidszorg, gericht op het terugdringen van het aantal ziekenhuispatiënten en het beperken van hun verblijfsduur. Dat betekende een groter aandeel voor de huisartsen en meer patiënten die poliklinisch werden behandeld. En dus kreeg het ziekenhuis aan het Weerwater een diagnostisch gezondheidscentrum, een afdeling voor korte dagverpleging en een ’self-care’-centrum voor zelfstandige patiënten.

En nu, 15 jaar later, staat het Flevoziekenhuis alweer aan de vooravond van een grote nieuwbouwuitbreiding, die de beschikbare ruimte zal verdubbelen.

Reacties