Nieuw spoor in een nieuw land
In februari 1987 werd er druk proefgereden op de nieuwe Flevospoorlijn tussen Amsterdam en Almere. Op zondag 31 mei van dat jaar kon de eerste passagierstrein volgens de dienstregeling vertrekken.
Daarmee kwam een einde aan een langdurig project. Toen de meeste mensen de hoop op een treinverbinding tussen Almere en de hoofdstad al hadden opgegeven, duurde de discussie voort. Dát er een Flevolijn moest komen was al duidelijk vanaf de eerste schets voor Almere, maar over het traject konden de betrokkenen het maar niet eens worden. Intussen vervoerden de busdiensten dagelijks duizenden forensen van en naar Amsterdam en slibden de snelwegen langzaam dicht.
Badkuiptracé
Toen minister Tuynman in 1980 het startsein voor de aanleg van de spoorlijn gaf, waren al diverse problemen overwonnen. Maar nu tekenden natuurorganisaties beroep aan, omdat de geplande lijn veel te dicht langs de Oostvaardersplassen lag, wat een verstoring betekende van dit natuurgebied. Tenslotte vonden de partijen elkaar in het ‘badkuiptracé’, een omlegging op enige afstand van de Plassen.
Opgelucht
Met deze oplossing was de weg vrij voor 47 kilometer nieuw spoor. Vanaf 1984 werkte NS aan de vijf treinstations in Almere Stad en Buiten, de IJmeer-spoorbrug en de ondertunneling van de Gooilijn. Met een vertraging van twee jaar ging in 1987 de lijn Almere-Amsterdam open en in 1988 werd Lelystad aangesloten. Vier keer per uur vertrok er een trein naar het westen. De forensen én het milieu konden opgelucht ademhalen.
Reacties
Neil