Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Brans Stassen

Een schitterend ongeluk

2003

"Wil je dit eens bekijken?" Hij legde een tekening neer met een rechte plas, zo ongeveer in de vorm van een lucifersdoosje.

Behendig manoeuvreerde de chauffeur de bus met de voorkant naar de Leeghwaterplas en stopte. Het uitzicht was hier als een schilderij: Boompartijen in prachtige herfstkleuren spiegelend in de plas en achter de bomen de hoge kantoren van het stadscentrum. En dan te bedenken dat je hier midden in de stad bent! Ik hoorde een bewonderend gemompel, Almere had het pleit gewonnen.

Wie de ontstaansgeschiedenis van de Leeghwaterplas wil lezen hoeft er het verhaal van de landschapsarchitect Jan Wouter Bruggenkamp maar na te slaan (1): Hoe Ernst Jan Harmsen (2) bij hem binnenstapte in 1973, lang voordat Almere Stad ontworpen werd, met de vraag. "Zeg we moeten een zuigerputje maken op kavel BZ14, wil je dit eens bekijken?" Hij legde een tekening neer met een rechte plas, zo ongeveer in de vorm van een lucifersdoosje. De volgende dag kwam Bruggenkamp met schetsen van een plas met eilanden erin en slingerende randen. Nota bene, zo´n plan zonder enige aanleiding op de lege polderbodem. Zelfs Zocher zal voor zijn niervormige waterpartijen meer context gehad hebben (3).

Achteraf sprak Bruggenkamp dan ook van een "jeugdzonde". Maar zijn plan is goedgekeurd en niet veel later werd de plas uitgecutterd met uitsparing van de eilandjes. Tien jaar later werd de Waterwijk er omheen ontworpen, plus een bosstrook aan de andere kant en zo ontstond dat bekoorlijke schilderij.
Toch is deze Leeghwaterplas een van de grootste blunders die gemaakt zijn bij de planning van Almere. Bezoekers vragen altijd weer of er ook fouten gemaakt zijn. Natuurlijk zijn die er en dit is er wel een schoolvoorbeeld van. Hierbij gaat het niet om de vorm van de zuigerput, maar om de plaats waar hij gegraven is. De spoorlijn zou de stad aanvankelijk recht doorkruisen, zoals Wijers dat in 1961 al had getekend. Toen de Heij in de tweede helft van de zeventiger jaren met de NS overleg had over het aantal stations, dreigden zij wat nu station Parkwijk heet te schrappen: "Denkt u dat we de trein laten stoppen vlak naast een park met zo´n grote plas erin? Vergeet het maar, rond een station moeten woonwijken liggen tot op minstens achthonderd meter." De put was veel te dicht bij de geprojecteerde spoorlijn gegraven en omdat zo´n plas niet opzij kon, moest de hele spoorlijn zover omgelegd dat er weer genoeg "vlees?" rond het oostelijk station kwam te liggen. Dat is de oorzaak van die vreemde bocht in de lijn, die tot in Almere Buiten doorloopt .

De invloed van die slinger zou zich later tot ver in de wijken voortzetten, in het patroon van de straten en zelfs in de plattegrond van gebouwen. Het stadsplan is er daarmee niet helderder op geworden, de puurheid van een città ideale was voorgoed verloren.

Maar hoezeer moeten we dat betreuren? Een vraag om eens bij stil te staan: Is die slinger een misvorming, of mag je er blij om zijn dat op deze manier, ook al is het zacht gezegd uit een moment van onbedachtzaamheid voortgekomen, de stad karakter heeft gekregen. Zoals de persoonlijkheid van iemand ook gevormd wordt door de oneffenheden in zijn leven, door wat er misgegaan is. Ik dacht in elk geval daar in de bus met het uitzicht op dat kleurige herfstschilderij: Je kunt het een ongeluk noemen, maar het dan is wel een schitterend ongeluk.

1. Zie Peetvaders van Almere , pg 59/60
2. Harmsen was cultuurtechnich ingenieur bij het Projektburo Almere
3. Zie Bedacht en gebouwd, 25 jaar Almere Stad: het verhaal: Waterwijk als modelwijk (nr 24).

Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur.

Reacties