Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Het geheim van Almere Haven.

8 juli 2003 00:00

Het plan van Almere Haven is een stijlbreuk in de geschiedenis van de Nederlandse stedenbouw. Nagele werd, ondanks praktische bezwaren in het gebruik, algemeen erkend als een gaaf voorbeeld van modernisme, een mijlpaal.

Ook Lelystad was daarna, vooral in de oorspronkelijke opzet van Cornelis van Eesteren, te beschouwen als een manifest van de CIAM- gedachte. En dan opeens die grillige, quasi organische plattegrond van Almere Haven. Waar kwam dat vandaan? Terwijl er nog gebouwd werd aan de eerste buurt is de kritiek al losgebarsten: Kneuterigheid, bloemkoolstedenbouw.

De vakpers begon ermee, maar al spoedig namen anderen het over. Met uitzondering van de bewoners overigens, die willen geen kwaad horen over hun dierbare stadskern, misschien wel de populairste van Almere. Hoe is het mogelijk dat jonge ontwerpers, net opgeleid in Delft door van Eesteren en in Wageningen door Bijhouwer, dít bedacht hebben. Daarvoor zijn door de jaren allerlei heel rationeel klinkende argumenten aangevoerd. Zoals het grillige patroon van de onderliggende zandlagen waaruit het grachtenverloop ontstond, de noodzaak om met een bochtige weg de snelheid van het autoverkeer omlaag te brengen en, de loopafstandcirkels rond de bushaltes.

Toch weet ik zeker dat al deze aanleidingen niet echt de oorzaak waren. En ik kan het weten, want ik was zelf één van die Delftenaren, wars van elk traditionalisme. Als er iets was wat wij verfoeiden was dat de zogenoemde "Delftse school", de bouwstijl waarin Granpré Molière en zijn volgelingen Nederland tijdens de wederopbouw vol hadden gezet: religieus conservatisme van Middelburg tot Groningen. Delft was de grootste vijand van de Delftse school, het was er een scheldnaam. Ik was daar zo geïndoctrineerd dat ik, in die tijd met vakantie in Granada, achteloos door het Alhambra rende, m’n foto’s sparend voor verhoopte moderne architectuur elders in de stad.

De "bloemkoolstedenbouw" kwam niet voort uit loopafstandcirkels rond bushaltes, dat bewijst het later gebouwde Almere Buiten: Ook dat is rond de bushaltes ontworpen maar recht. Nee, er was iets anders: Onze grote voorbeelden in die tijd, onze goeroe’s om het maar in flowerpowertaal te zeggen, waren een stel internationaal beroemde ontwerpers - architecten, stedenbouwers — die zich met elkaar uitgesproken hadden tegen de toen al verdorrende doctrine van de CIAM: Ze vormden de groep Team 10.

Elke ontwerper van mijn generatie kan de namen opdreunen: Candilis en Woods, Peter en Alison Smithson, James Stirling, Ralph Erskine, en uit Nederland Aldo van Eyck en Bakema. Bekijk hun werk eens en je ziet waar de inspiratie voor Almere Haven vandaan is gekomen. Zij tekenden, elk op hun eigen manier, gebouwen en wijken die er uit zagen als plantaardige organismen, zich vrij vertakkend in de ruimte. Zo´n vergelijking met de natuur hadden zijzelf onzinnig gevonden: "architectuur of stedenbouw moet de natuur nooit imiteren". Maar ik constateer het: de Smithsons projecteerden hun "organismen" over Berlijn, Bakema over Haifa in Israël. Stirling liet een betonnen bandstad als een rank klimop langs de Thames slingeren. Erskine deed hetzelfde met z’n beroemde "Bykerwall" langs een autoweg in Newcastle. En Aldo van Eyck? Die liet een plantje uitgroeien, beheerst en fijngevoelig met z’n bekende plan voor het Burgerweeshuis.

Het gaat niet alleen over onze stedenbouw, maar zie eens wat de eerste twee architecten deden in Almere Haven, Joop van Stigt en Arne Mastenbroek ze waren geen lid van het Projectburo Almere en kwamen van buiten de polder: Ondanks onderling tegenovergestelde werkwijzen - de een van binnen naar buiten ontwerpend, de andere van buiten naar binnen — deden ze precies hetzelfde: ze maakten groeisels. Er valt niet aan te ontkomen: De geestelijke vader, bron van de Almeerse bloemkoolstedenbouw, was de anti-CIAM beweging Team 10.

Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur.