Burenleed
’s Ochtends vroeg - op 6 november 2003 - wekte Mats, onze kleinzoon die een nachtje bij ons logeerde, me omdat hij van een ‘vreemd geluid’ wakker was geworden.
We keken uit het raam en zagen een enorm ponton de gracht aan de overkant binnenvaren. Mats wilde meteen naar toe: “Wat gaan ze daar doen, opa?”. Hij wist het niet, ik wel…
Tijdens het wassen en aankleden legde ik hem de reden uit. De overburen aan de Antillenweg in de Eilandenbuurt hadden net zo lang geprocedeerd totdat de verhoogde terrassen aan de overzijde van de Bonairepier afgebroken moesten worden. Ze waren ervan overtuigd - en de rechter met hen - dat de terrassen onrechtmatig op hun palen in het water stonden, in hùn water welteverstaan.
Mats snapte er niets van: “Ze hebben toch zelf ook terrassen boven het water, en van wie is dat water dan?”. Eigenlijk begreep ik het zelf ook niet goed, en gaf dat grif toe. “Laten dan maar gauw gaan kijken”, drong Mats aan. Hij popelde.
Eenmaal buiten stelden we ons zo op dat we goed konden zien hoe de drijvende kraan zijn verwoestende werk deed. Het was een indrukwekkend maar tegelijk intriest gezicht: een voor een werden de meterslange houten palen uit de zuigende bodem losgetrokken.“Ik vind het oneerlijk, opa”, riep Mats, “nu kunnen die mensen zo in het water vallen als ze de deur open doen”. De kleuterlogica was ontroerend, maar hij had gelijk. “Ik denk dat ze de balkondeuren goed op slot moeten doen”, zei ik, “anders gebeuren er ongelukken”. Op de vlonders aan de Antillenweg stonden de veroorzakers van dit kwaad met glunderende gezichten te filmen en te fotograferen. Onbewust legden ze daarmee een stukje geheugen van Almere vast…
Mats bleef het zielig vinden en bleef vragen naar het waarom. Omdat ik het èchte antwoord schuldig moest blijven speelde ik de bal terug: “Wat denk je eigenlijk zelf, Mats?” Hij hoefde niet lang na te denken: “Ik denk dat die mensen jaloers zijn, dat ze zelf niet zo’n mooi hoog terras hebben”. Ik keek hem aan, terwijl de drijvende kraan de zoveelste heipaal uit het water trok en op het ponton legde; hij zou wel eens heel erg gelijk kunnen hebben.
We konden het niet meer aanzien en gingen naar huis terug. Ik wist wat voor ellendige situatie dit voor de buurtbewoners met zich mee zou brengen. Zouden ze elkaar in de toekomst over het water heen nog groeten? Er zou nog heel wat geprocedeerd moeten worden, wilden de terrassen terugkomen. Maar dat dit - door middel van een bodemprocedure bijvoorbeeld - gebeuren zou, stond voor mij als een paal boven water.
Reacties