Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Mar Sprang door Connie Franssen

Een dorp met stadse manieren

Mar Sprang kwam in 1996 aan de Voorstraat in de Werven in Haven wonen. Heel apart, een dorp met stadse manieren, zo beschrijft Mar Almere Haven.

Echt een Amsterdamse mentaliteit. Een plek waar je als je geen pionier bent, er eigenlijk nooit helemaal bij hoort. Geen punt, trouwens. Mar voelt zich thuis in Haven en wil er nooit meer weg.

“Mijn allereerste nacht in Almere, 30 April 1996,” herinnert Mar zich. “In het holst van de nacht, om een uur of vier hoorde ik buiten een hoop kabaal. Kinderstemmen, gepraat en gelach. Ik m’n bed uit, licht aan, kijken voor het raam. Zie ik de halve buurt in de weer. Sjouwend met spullen voor de vrijmarkt. Dat vond ik zo bijzonder. Het was erg gezellig zo ineens midden in de nacht. En een andere keer. Zaterdagochtend, ik zat aan de tafel voor het raam. Koffie, krantje, het zonnetje scheen en er hing zo’n nevel laag boven de straat. Ik kijk naar buiten en dacht ‘ik word dement…’. Zie ik boven die nevel uit ineens een rijtje dromedarissen de straat in schommelen. Wat bleek, was er een braderie op de Brink waar die dromedarissen heen moesten. Zo raar. Dat soort dingen, dat kan echt alleen in Almere.

Haven is een dorp. Ik woon hier met een vakantiegevoel. Lopen langs de dijk, door de bossen, langs het strand. Heerlijk. Ik ken ieder hobbeltje in de weg. Heel opvallend is de band tussen de pioniers. Daar kom je niet tussen. Alles dat na die pionierstijd is gebeurd, lijkt niet mee te tellen. Echt ouwe jongens krentenbrood. Dat heeft wel wat. Ik wil nooit meer weg uit Haven.

Reacties