Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Wie het laatst lacht…

1984

1 januari 1984: de gemeentewording van Almere is een feit. Maar voor het zover was, had het nog wel wat voeten in de aarde gehad. Of liever gezegd, in het zand.

RIJP en ZIJP

Vanaf het moment dat Almere nog weinig meer was dan zand lagen ontwerp en inrichting van de stad in handen van de RIJP, de Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders. De dienst was onderdeel van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat. Een tweede overheidsorganisatie was verantwoordelijk voor het bestuur van de nieuwe poldersteden, Dronten, Lelystad, Zeewolde en Almere. Dit was de ZIJP (slechts één letter verschil), het openbaar lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders.

Landdrost

De gemeente-instelling was de taak van de ‘landdrost’, hoofd van de ZIJP. Voor de instelling van Almere trad in 1976 een nieuwe landdrost aan: Han Lammers, voormalig PvdA-wethouder in Amsterdam. De RIJP, die altijd de regie over de nieuwe stad had gevoerd, moest bij de gemeentewording afstand doen van vele bevoegdheden. Dat was makkelijker gezegd dan gedaan en de onenigheid tussen RIJP en ZIJP haalde regelmatig de landelijke dagbladen.

Lange zit

Ondanks alle ophef vergaderde de Tweede Kamer in juni 1983 over het wetsontwerp van de gemeentewording Almere en Zeewolde. Te zien aan de toehoorders was het een lange zit. De enige lachende op de foto is Han Lammers, rechts met papier in de hand. En terecht, want het kabinet stemde in en Almere kreeg haar langverwachte democratische bestuur.

Kijk voor meer historische verhalen op Almere Historisch.

Reacties