Toen winter nog winter was
De laatste tijd is het wat treurig gesteld met de winter. Maar eind jaren tachtig, begin jaren negentig volgde een aantal strenge winters elkaar op. Let wel: échte winters, met ijs- en sneeuwpret en veel zout op plaatsen waar gladheid niet welkom was. Waterstad Almere veranderde in een ijsstad.
Vanaf 1985 was het drie keer achtereen raak. Na enkele kwakkeljaren heerste in ‘91 en ’93 opnieuw strenge vorst. De Almeerse grachten, Gooimeer, Weerwater en Kromslootpark lagen dicht. Kunstschaatsen of noren, jong en oud, ervaren of niet, men wilde het meemaken. Zelfs de Oostvaardersplassen werden voor schaatsers opengesteld.
Derde plaats
De winters van 1985 en 1986 waren op schaatsgebied ook landelijk nieuws. De Elfstedentocht werd verreden en tot tweemaal toe won Evert van Benthem - tegenwoordig boer in Canada - in krap zeven uur. Opmerkelijk voor Almere was de derde plaats in ‘86 voor inwoner Robert Kamperman.
Harde tijden
Voor de natuur betekenen harde winters harde tijden. In een gebied als de Noorderplassen was er voor dieren weinig voedsel te vinden. Eenden en meerkoeten zochten naar open water in de buurt van de stad. De lepelaars waren wijselijk naar warmere streken vertrokken.
Zout
Andere nadelen van de krakende vorst lagen op het terrein van de gladheidsbestrijding. Het strooien verliep volgens een strak schema, want op koude ochtenden moesten de grote en kleine wegen van de stad binnen 3,5 uur sneeuw- en ijsvrij zijn. Voor hun eigen stoep waren de Almeerders zelf verantwoordelijk. Daartoe konden ze gratis 10 kilo zout afhalen, zo meldde de Stadhuis aan huis van december 1986.
Reacties
Neil