Toekomstmuziek
Deel 1 van een serie over het Almeerse Schütz ensemble. Het Schütz Ensemble Almere wil de vroegbarokke muziek van de wereldberoemde Heinrich Schütz (1585-1672) meer bekendheid geven.
Men schrijft het jaar des Heren 1617. De jonge musicus Heinrich Schütz heeft net zijn nieuwe baan geaccepteerd aan het vorstelijk hof te Dresden. Met zijn vriend Dietrich slentert Heinrich over de levendige Altmarkt.
“Heinrich!” roept zijn vriend en trekt hem aan zijn mouw, “Een zigeunertentje! Kom, we laten ons de toekomst voorspellen!” De doorgaans serieuze en godsvruchtige Heinrich aarzelt. “Ach, kom nou, het is maar een grapje”, dringt Dietrich aan. Heinrich laat zich brommend en schoorvoetend het tentje intrekken.
Een oude vrouw zonder tanden, maar in prachtige kleurrijke kleren zit vanachter een glazen bol naar hen te kijken. Heinrich legt een kleine zilveren munt op tafel. In een soort van trance begint zij over de glazen bol te strijken en te mompelen: “Ik zie in de verre, hele verre toekomst een land hier vele dagen vandaan, het lijkt wel Holland. Ik zie de zee en op de bodem van de zee een stad. Ook lees ik de naam van de stad : A…Alm..Alme…, jammer het is te vaag. Ik herken mensen. Ze zitten achter denkende machines en toestellen met glazen ruiten waarin je de hele wereld kunt zien. Maar nu stappen zij in wonderlijke voertuigen die kunnen rijden zonder paarden of ossen. Hun huizen lijken allemaal op elkaar, nieuwe saaie huizen. Nu lopen ze een gebouw binnen, een heel kaal gebouw zonder beelden of versieringen. Wel met een kruis. Een kerk misschien? Ik zie aanplakbiljetten met uw naam erop. In het gebouw staat een koor te zingen in zwarte kleding. Vrouwen in korte rokken en in broeken. Ook de dirigente! En ze zingen uw muziek! Waar zijn de versieringen? Het klinkt een beetje vreemd, maar ook wel weer vertrouwd. Ze noemen zich Schütz… Ensemble!”
Een paniekgevoel overvalt Heinrich. Naar buiten! Even lucht. De gebakken lucht van de markt. Hij wrijft met de handen over zijn gezicht. Als hij weer bijgekomen is ziet hij voor zich de gotische huizen en de hoge renaissancetoren van de lutherse Kreuzkirche — het oude Dresden, dat in zijn ogen plotseling steeds moderner lijkt te worden. Nooit zal iemand te weten komen wat hij zojuist heeft gehoord.
Reacties