Thuis
Zondag 30 oktober 2005. Buiten is het volop zomer. We rijden naar Amsterdam om de jongste dochter op te halen bij de oudste, die hartje stad woont. Op de koninginneweg komen een vader, moeder en drie kleintjes ons tegemoet.
Hé, bekenden, maar waar ook alweer van? Hallo! Begroet ik vrolijk. Op hetzelfde moment realiseer ik me dat het prins Maurits is met koninklijke vrouw en kindertjes. In jeans en op gympen, op weg naar het park.
Razend druk is het, heel Amsterdam is buiten. De parkieten fladderen rond het Picassobeeld, skaters skaten, joggers rennen, yuppen doen wat yuppen doen, papa’s wandelen met baby’s in doeken op de buik, Mac Bikes met bellende toeristen slalommen er levensgevaarlijk tussendoor. Mijn hartje gaat open: thuis, denk ik. Hier ben ik thuis. In het zonnetje, zitten en kijken, beetje kletsen met voorbijgangers. Amsterdam, mijn stad.
Terug in de auto. We rijden over de Hollandse Brug, links en rechts schitteren witte zeilen in de zon. De stress van het drukke zondagsverkeer glijdt van me af. Een hand aan het stuur, raam open. Ontspanning. Thuis in de voortuin met de krant. De amberboom schittert knalrood in de zon. Buren Hans en Carien komen ook naar buiten. Witte wijn en wit bier erbij. Thuis, denk ik. Hier ben ik thuis. In het zonnetje, zitten en kijken, beetje kletsen met voorbijgangers. Almere, mijn stad.
Reacties