Almere
Gedicht van Hein Walter ter gelegenheid van het Filosofisch Café op 5 oktober 2005.
Was Almere een mens,
dan was het een kind,
een jochie van een jaar of tien:
een onaantrekkelijk ding,
een dik kereltje met chips en cola op de bank,
kijkend naar lelijke tekenfilms.
Zijn kasten puilen uit van stukgemaakt speelgoed.
In de kelder staat het vol met één keer gebruikte hockeysticks,
dure voetbalschoenen, honkbaloutfits en tennisrackets.
In de schuur staan stoffige skelters en mountainbikes.
Een geheugen heeft het niet.
Wat heb je aan geschiedenis, zegt ie.
Een identiteit? Hij kijkt me glazig aan en steekt zijn hand weer in de zak.
Hij kent het woord niet eens.
Als ik de ingeroepen therapeut was,
wist ik het dan?
Dit kind mist opvoeding.
Mist grenzen.
Dit kind mist algemene kennis.
De kind kent geen invoeling, verwondering,
heeft geen uithoudingsvermogen, diepgang.
Dit kind leidt aan culturele ondervoeding.
Dit kind kent geen geluk.
Waar koop je geluk?
Was Almere een mens,
dan waren wij, hier wij, zijn cellen.
Deze cellen willen dat het kind gaat sporten,
gaat lezen, gaat leren, gaat genieten
van cultuur, leert luisteren naar de natuur,
gaat zoeken naar spiritualiteit.
Wij willen dat het kind een geheugen krijgt,
want zonder geheugen geen toekomst.
Maar de cellen thuis, de slaapcellen,
de vetcellen,
zijn doof voor ons geroep.
En het kind?
Het kind blijft zitten op de bank,
met chips en cola.
Was Almere een kind,
waar was dan de moeder?
Meer gedichten van Hein Walter zijn te vinden op www.heinwalter.com.
Reacties
Neil