Die vrijdagochtend zit ik tegenover een bekende Almeerder. Zijn naam: Bob Friedländer. Ik interview hem over het leven in Almere.
Bob: "Het kopen van een huis was toen makkelijk. Voor weinig geld kreeg je een mooi huis. We kwamen uit de Bijlmermeer. Door de verpaupering daar wilden we verhuizen en kwamen we naar Almere. Het was toen nog echt een dorp. De dorpskern bestaat nog wel in Haven, maar de stad is gegroeid. Dat veroorzaakt gettovorming. Dat is fout, alles moet door elkaar wonen.”
Almeerders zien dat het groenonderhoud in Almere achteruit gaat. "Dat is jammer,” zegt Bob, "de gemeente bezuinigt op de verkeerde dingen. In het nieuwe stadscentrum was de betegeling niet mooi, dus werd er opnieuw betegeld. De verantwoordelijke mensen worden niet meer aangepakt. Dat begrijp ik niet. Als vroeger een wethouder fouten maakte, zat de pers er bovenop! En weg was die wethouder. Het is jammer dat de power daarvoor niet meer aanwezig is.”
Bob Friedländer mist de gemoedelijkheid in zijn stad. Hij mijmert: "Vroeger kende je elkaar. Als er wat was hielp je de ander. Als je in De Roef in Haven zat zag je iedereen. Ze moeten het beter doen. Een voltreffer is bijvoorbeeld de politieke markt. Burgers kennen geen raadsleden. Misschien een enkele wethouder. Dit is de manier om de bestuurders te leren kennen. “
Friedländer vindt de geboorte van zijn kinderen een hoogtepunt van zijn leven in Almere. Het mooiste van de stad vindt hij de rust die het uitademt. "Als je de Hollandse Brug overrijdt komt de rust je tegemoet! Heerlijk! Hier ben je vrij! Het mooiste gebouw vind ik het confectiecentrum. Als ik daar langsrijd, geniet ik van de vorm. De meeste dingen vallen niet op. Dit wel. “
Reacties