Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Nico van Duijn

Politiek? ach, het is maar een spelletje..

Nico van Duijn over de speelse begintijd van de Almeerse politiek. Het stuk is geschreven in 1979. Nico van Duijn werd in 2002 echt gemeenteraadslid, voor Leefbaar Almere.

  • Foto: Stadsarchief Almere - 

    Het dagelijks bestuur van de Adviesraad 1978 in vergadering: vlnr I.C.E. Visser-Thiry, P. de Jonge, Han Lammers, A.C. van der Vliet en Madelon van der Woude, oktober 1979.

In november 1976 hingen de gordijnen en in december 1976 zijn vriendschappen voor het leven gesloten. In januari was duidelijk dat het huwelijk van de overburen 1980 niet zou halen, ons althans. Echter, de huiselijke cirkel verveelde gauw. In januari 1977 zijn daarom de eerste verenigingen opgericht in een hoog tempo; ik meen in twee jaar zo'n 50 verenigingen en clubs. Natuurlijk waren dat eerst de meest essentiële sociale structuren zoals de voetbalvereniging en de ouderraad van de basisschool. Toen dat liep - we vonden al gauw dat het liep - grepen we de macht en wel democratisch.

Hiertoe werd de Raad van Overleg opgericht bij gebrek aan een gemeenteraad. Deze Raad was zelfs beter dan een gemeenteraad, meenden we, al ben ik de argumenten vergeten. Eenvoudig was dit niet, dit grijpen van de macht, want wettelijk lag die macht bij de Landdrost. Praktisch lag de macht bij de RIJP, een anarchistisch stel ingenieurs Rijkswaterstaat. We regelden kantines, steigers en wat er zoal meer nodig was. Overlegorganen zijn genadeloos gekritiseerd, van kerk tot opbouwwerk, alles ging op de agenda. Wat mij betreft had dit altijd zo kunnen blijven, lekker gemeenteraadje spelen zonder gedoe.

Anderen zagen dit anders. Zo ontstond half 1977 de principiële discussie over de democratische inrichting van de lokale samenleving. Gelijk hadden we allemaal, daar ging het niet om. Het ging om de strategie; of de tactiek, dat weet ik niet meer. De kwestie was: is een Plaatselijke Partij beter, of verdient een PvdA afdeling gezien de voorkeur?
Het werd beide, een twee-partijen stelsel. Andere partijen speelden geen rol want er was maar één VVD-er en alle D66-ers en PPR-ers zaten in de plaatselijke partij. Als voorzitter van de Raad van Overleg restte mij weinig meer dan gekrakeel over schuurtjes en uit te leggen wat W.V.T.T.K. betekent.

Met 10 andere PvdA-leden is toen in twee weken de afdeling opgericht, in het noodgebouw de Haak, in mijn spreekkamer, waar nu de Meergronden staat. We waren de Plaatselijken net even voor. We waren de democratie zelfs ver vooruit, want een gemeenteraad bestond nog niet.
Persoonlijk zag ik ook dit als een spel, maar de meesten deden erg serieus. Nog één keer heb ik geprobeerd politiek te doen door een kerncentrale in Flevoland te verdedigen. Toen het lukte dat in het PvdA-programma te krijgen was duidelijk dat ik de enige was die het een spelletje vond. Niemand vond het leuk, behalve ik. Het werd tijd om me terug te trekken en het over te laten aan de grote mensen. Grote mensen waren er genoeg, zoals die student die niet wilde deugen voor een echt vak. Hij nam de leiding van de afdeling, bloedserieus. Hij is nu burgemeester in Heereveen. Een ander die eveneens meende dat het serieus was is nu voorzitter.

Het is triest, want ik ben nu de enige PvdA-er die nog wel eens een grapje maakt over het besturen van een stad, of een ideetje lanceer zonder het uit te willen voeren; zomaar voor de aardigheid.
Er is niemand meer die met me wil spelen.

Reacties