In 1981 stuitten werklieden bij het graven van een tochtsloot tussen de A6 en de spoorlijn op het wrak van een klein, 17de-eeuws vrachtschip. De platbodem mat ruim dertien bij tweeënhalve meter en bleek nog geladen: met kalk.
Op de bovenste foto is deze witte lading achterin het wrak zichtbaar. Kalk was een veel voorkomende vracht voor schippers op de Zuiderzee. Het werd verwerkt tot metselkalk en pleisterwerk. Bouwmaterialen als kalk en bakstenen zijn nog lange tijd over het water vervoerd. Zo werd acht jaar na deze vondst in Almere Pampus het wrak ontdekt van een 19de-eeuws vrachtschip (Fischerpad), dat was geladen met rode baksteen.
Schelpenvissers
Kalk werd vroeger gemaakt in schelpkalkovens, meestal gelegen bij havensteden, met directe aanvoer van de noodzakelijke grondstoffen: schelpen of kalksteen en brandstof. De schelpen kwamen vooral uit de Waddenzee en van de stranden bij Zandvoort of Katwijk. Aan de Noordzeekust brachten schelpenvissers hun oogst met paard en wagen naar een verzamelplaats bij Beverwijk. Daarvandaan gingen de schelpen per schip over het IJ en de Zuiderzee naar de kalkovens. Die stonden sinds de 13de eeuw aan de Zuiderzeekust: bij Harlingen, Makkum, en Hasselt, maar ook dichterbij Almere, bijvoorbeeld in Huizen.
Kalkovens
De huidige Huizer schelpkalkovens dateren van 1918. Tot de jaren zeventig waren de ovens nog actief. Als brandstof diende meestal het goedkope turf. Onder in de oven brandde een vuur van turf en takkenbossen. Hierop kwamen lagen schelpen afgewisseld met lagen turf. Het vuur verhitte de oven tot 900 à 1200°C. Bij die temperaturen splitsten de schelpen zich in koolzuurgas en ongebluste kalk. Via de 'lesgaten' werden de gebrande schelpen uit de oven gehaald en vervoerd naar het leshuis. Daar werd de ongebluste kalk uitgespreid en besproeid met water, zodat de schelpen uiteenvielen tot het eindproduct: gebluste kalk.
Teruggang
Door de toenemende import van goedkopere steenkalk uit andere landen werd de productie van schelpkalk na de Tweede Wereldoorlog minder lonend. Ook de opkomst van de cementindustrie had hiermee te maken. De Huizer kalkovens sloten hun deuren relatief laat, in 1989, maar de meeste schelpkalkovens waren al met hun activiteiten gestopt aan het einde van de 19de eeuw. Inmiddels zijn de gebouwen in Huizen gereconstrueerd en is er een restaurant gevestigd. Wie geïnteresseerd is, kan er naartoe varen met het Almere Veertje (zie *).
Turfjes
De turfjes in het scheepje van het Olympiakwartier hadden vermoedelijk niets met kalkbranden te maken: ze zullen voor eigen gebruik zijn geweest. Er moet in het vooronder een stookplaat hebben gezeten, zo bleek uit de vondst van een Delftsblauwe tegel met decoratie van een ruiter te paard. Die decoratie leidde overigens tot de datering van het schip: in de tweede helft van de 17de eeuw.
Bewaard
Na de vondst en een verkennend onderzoek is het wrak afgedekt met folie en een grondlaag. Sinds eind 2004 is het wrak wettelijk beschermd. In de zomer van 2007 liet de gemeente een kleinschalige kijkoperatie uitvoeren naar de toestand van het scheepshout. Er vond laboratoriumonderzoek plaats naar de houtkwaliteit. De conditie van het diepergelegen hout bleek beter dan die van de bovenste delen. Er zijn beschermingsmaatregelen genomen om het wrak beter te conserveren.
Objectgegevens:
Monumentnummer: 12313 Kavel: AZ41 Afmetingen: 13,25 x 2,5 meter Ontdekt: 1981