Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal

Deze vrijheid vind je nergens

Ed Belder woont sinds dag één in Almere, vanaf 30 november1976 om precies te zijn. Als je een stad gaat stichten heb je een paar dingen nodig: een kerk, een café en een gemeente. Ed Belder fungeerde als vooruitgeschoven post voor de gemeentelijke dienstverlening. Inmiddels zijn we 35 jaar verder maar de jongen van de Veluwe bouwt nog steeds aan de stad.

“Ik zag eind 1974 een advertentie staan van het Openbaar Lichaam Zuidelijke Ijsselmeerpolders die iemand zochten voor hun standplaats Lelystad dat net in ontwikkeling was,” zegt Ed Belder. “Ik ben er een keer gaan kijken en vond het helemaal niks. Maar ik hoorde ook dat Almere zou worden opgestart en dat vond ik gelijk leuk. Om als pionier in zo’n nieuwe stad aan de slag te gaan, dat sprak me direct aan. Ik heb in Lelystad gesolliciteerd en bedongen dat ik de vooruitgeschoven post in Almere zou zijn.”

Luxe pionieren
En zo gebeurde het. Vuilnisbakken uitdelen, nieuwe Almeerders inschrijven, mensen trouwen, intakegesprekken voor uitkeringen: alle gemeentelijke werkzaamheden werden door Ed Belder gedaan. “We zaten in een houten gebouwtje, De Haak, met de huisarts, de tandarts, iemand van de energiemaatschappij, de politie...allemaal mensen die nodig zijn om een stad op te bouwen. Landdrost Han Lammers hield er een keer in de week spreekuur, waar aanvankelijk niemand op af kwam. Huwelijken voltrok ik in De Roef, de enige kroeg. Als het om een kerkelijk huwelijk ging bleef iedereen gewoon zitten en nam dominee Verbaas of pastor Visser het over. In het begin was er niets aan verenigingsleven, het was heel mooi te zien hoe dat groeide, hoe mensen initiatieven namen, hoe de Bijenkorf en De Roef gonsden van de activiteiten.
Het was een bijzondere periode die maar duurde kort duurde. Maar om nou te zeggen dat we aan het pionieren waren...alles was er. Het was luxe pionieren.”

Prille politiek
Almere werd in die periode bestuurd vanuit Lelystad, door het Openbaar Lichaam Zuidelijke IJsselmeerpolders. De kersverse Almeerders wilden zich niet laten regeren vanuit een stad 30 kilometer verderop. Een aantal Almeerders formeerden een Raad van Overleg met als doel Lelystad van advies te voorzien: gevraagd en ongevraagd. “Vooral ongevraagd,” lacht Ed Belder. “Han Lammers was iemand die daarnaar luisterde en toezegde zo snel mogelijk verkiezingen uit te schrijven.”

Ed Belder haalt een foto tevoorschijn. Het spiksplinternieuwe stadhuis in Stad, staand in een enorme leegte, het Stadhuisplein een groen veld. Een bijna surrealistisch beeld. “Toen Almere vijf jaar bestond, werd er een feest gegeven in Haven en Stad. Maar in Stad was nog vrijwel niets en zeker geen locatie waar een feest voor de bewoners georganiseerd kon worden. Er was alleen de Zoetelaarpassage. Die hebben we toen aan weerskanten afgesloten, er een paar enorme hete lucht kanonnen ingezet en dat was de feestlocatie. Je merkte toen al direct het verschil tussen Haven en Stad, in Haven werd het een geweldig feest, in Stad kwam er geen hond op af. Er was nog geen betrokkenheid van de bewoners van Stad met hun nieuwe woonomgeving.”

Verandering is de constante
Er is een periode geweest dat Ed Belder zich zorgen maakte over de snelle groei van de stad. Alle aandacht was gericht op de groei en niet op het beheer. Ed: “Er is inmiddels wel een kanteling gaande maar die is vrij laat ingezet. Ik zag als bewoner dat wegen en groen slecht werden onderhouden, dat daar niet veel aandacht voor was. Zo’n groeispurt geeft een heel andere dynamiek aan een stad. Ik ben van oorsprong Rotterdammer, dat Rotterdamse, het doenerige, herken ik in Almere.
Als je wilt werken voor de lokale overheid, is dit de beste plek om te werken. Deze stad heeft zo’n dynamiek. Iedere twee jaar worden bakens weer verzet, dat past bij me. Dat heb je niet in Amersfoort of Arnhem. Ik doe hier voortdurend andere dingen, van gemeentebrede projecten tot nu interim afdelingsmanager in de zorg. Over ruim een jaar ga ik weer wat anders doen. Die vrijheid heb je nergens anders. Ik denk dat het feit dat de verandering de constante is, misschien wel de essentie is van het Almeerder zijn.”

Interview: Connie Franssen

Bijdragen 
Reacties