Ecoloog in een rationeel landschap
Almere is de groenste stad van Nederland, maar tegelijkertijd ook de snelst groeiende stad. Dat lijkt onverenigbaar.
Aan Ton Eggenhuizen de taak de plannen voor wonen, werken en infrastructuur zoveel mogelijk ecologisch in te passen.
Ton woont al twintig jaar in Almere en is ook actief lid van de werkgroep knobbelzwanen. “Kijk, daar zit ze,” zegt Ton en wijst op een knobbelzwaan die rustig ligt te slapen in een hoekje van de Esplanade. De hals elegant over de vleugels gevouwen, de poten onder zich getrokken. Het nest bestaat uit riet, plastic flesjes, blikjes, chipszakken en een dode meerkoet. Natuur in het stadshart. Als ze even later even gaat verzitten worden de eieren zichtbaar, groot en lichtgroen. “Het zijn er negen,” vertelt Ton. “En ze moet nog zeker drie weken zitten. Een paar keer per dag wordt ze even afgelost door de vader.” Vader scharrelt een stukje verderop rond. “We hebben de zwanen in Almere praktisch allemaal geringd, daarom weten we dat ze helemaal niet een leven lang trouw aan elkaar zijn, zoals veel mensen denken.” Zwanen die elkaar niet trouw blijven en een nest bouwen van afval...Natuur in de stad is vooral praktisch en weinig romantisch.
Groenste stad
Stedelijkheid en natuur. Gaat dat samen? “Dat gaat samen,” zegt Ton. “Je probeert de natuur zoveel mogelijk met de plannen te verweven. Soms is het verdediging, proberen om zoveel mogelijk natuurwaarde te behouden. Maar het is niet alleen verdedigend werk, ook versterkend. Als er bijvoorbeeld tussen twee natuurgebieden in een woonwijk wordt aangelegd, onderzoek ik hoe je de natuur ondanks de wijk toch blijvend met elkaar kunt verbinden. Het is ook de bedoeling van Almere dat er gebouwd wordt. En dat betekent dat natuur deels verdwijnt of tot stadspark omgevormd wordt. Maar: als je kijkt naar de hoeveelheid openbaar groen per hoofd van de bevolking, is Almere verreweg de groenste stad van Nederland. Twee keer zo groen als de gemiddelde grote stad. Natuurlijk zijn er veel populieren en brandnetels, die zijn typerend voor jonge gebieden en kleigebieden, dat kun je lelijk en eenvormig vinden. Ik vind die rechte vormen juist erg bij Flevoland horen. Het is een rationeel landschap, dat weerspiegelt zich in de bossen. Je moet hier niet allemaal kronkelpaadjes gaan aanleggen. Eenvormigheid is op zich ook niet verkeerd en het hoort bij relatief jonge natuur. Ecologie is de wetenschap van de interactie tussen planten- en diersoorten. Daarom is een jong gebied als Flevoland met die verschillende opeenvolgende stadia van ontwikkeling erg interessant.”
Kijken doe je met je handjes
Je moet geen hek om alle natuur zetten, vindt Ton Eggenhuizen. Zeer waardevolle en kwetsbare natuur moet wel beschermd worden, maar rond en in de stad moeten mensen de natuur direct kunnen ervaren. Op die manier worden mensen ook onderdeel van de ecologie. “Ik ben steeds meer afgestapt van het idee dat mensen alleen maar op afstand van de natuur mogen genieten. Kijken doe je met je handjes, zei ik vroeger al tegen mijn kinderen. Dat vind ik nog steeds. Het is de manier om gevoel te kweken voor de natuur. Er is niets op tegen om in het najaar met een emmertje het bos in te gaan om walnoten te rapen. Een smulbos is prachtig. Bijvoorbeeld het bos rond het oude Eksternest in Haven. Daar zijn allerlei bomen aangeplant om van te eten. Walnoten, kersenbomen, hazelaars...Ik kan me niet voorstellen dat het een negatief effect heeft op de planten. Zelfs als heel Almere opeens aan de brandnetelsoep zou gaan, heeft dat nog geen enkel nadelig effect. Het merendeel van wat eetbaar is, is heel algemeen. Als je het hebt over heel zeldzame paddestoelsoorten, is het wat anders, daar moet je afblijven. Toen we hier twintig jaar geleden kwamen wonen, hebben we vaak vlierbessenjam en limonade genaakt. We plukten walnoten en hazelnoten. Maar een fanaat ben ik niet. Je zult mij niet snel een herderstasjessoep zien maken...”
Natuur is geen omlijsting
Ton Eggenhuizen is een groot voorstander van het aanplanten van natuur waar iets te beleven valt. Het Kinderpad in het Columbuskwartier in Poort is daar een goed voorbeeld van. Een veilig pad waarlangs kinderen naar school kunnen en waar veel te beleven valt op natuurgebied. “Natuur is niet alleen maar een omlijsting. Natuur daar moet je mee leven. Natuurlijk moet je kwetsbare gebieden als de Oostvaardersplassen beschermen, maar andere bosgebieden rond Almere moet je voor mensen zo aantrekkelijk mogelijk maken. Dat geldt ook voor parken. Het Beatrixpark is heel goed opgeknapt en wordt nu intensief gebruikt. Een groep bewoners is daar actief bezig met landschapsbeheer, dat vergroot de betrokkenheid en je hebt gelijk een vorm van toezicht.
Ton houdt zelf erg van de Gooimeerdijk bij het Kromslootpark. “Ik had daar jarenlang een vangplek gehad om rietzangvogels te vangen voor ringonderzoek. Ik heb daar hele gave momenten beleefd. Dat open water, het moerasgebied, je ziet de heuvelrug van het Gooi liggen. Waanzinnig mooi! Maar ook de Oostvaardersdijk bij de Lepelaarplassen is fantastisch. ik ben ook erg benieuwd naar de plannen met Pampus in het Marker- en IJmeer.”
Bijdragen
Reacties (1)
Reacties (1)
Neil
Bewoner Almere
Hallo, ik vraag mij sterk af waarom er ontzettend veel zwanen in Almere zijn,
ten eerste ze zijn ontzettend mooi om te zien maar
ten tweede zijn ze ontzettend AGRESSIEF!
ze leggen een stuk of 7eieren, en die komen ookw eer uit en groeien op
dit is in 2jaar tijd 5x verdubbeld.
nee ze gaan geen stil plekje zoeken nee ze zoeken een plek uit waat het hun uitkomt, ongeacht als het nou een badplaatsje is of een hondenuitlaatplaats.
prima dat ze er zijn.. maar laten we de huisdieren in bescherming nemen tegen deze agressieve knobbelzwaan, en zo de eieren voor komende jaren af te pakken. of te ontvruchten.
jullie hebben ze geringt. prima maar zorg dan ook dat ze de eieren niet kunnen bevruchten.er zijn er écht TE veel tel ze anders eens een keer.
is gewoon niet te doen zo veel dat er zijn.