Drie generaties in één wijk
Hoewel de Filmwijk pas tien jaar bestaat, leven er toch al drie generaties naar volle tevredenheid. Bijvoorbeeld kleindochter Suzanne, moeder Simone en oma Betty.
Kleindochter Suzanne (17): "Moet dit iets worden?", dacht ik toen de eerste palen van ons huis in de Humphrey Bogartstraat waren geslagen. Ik vond het helemaal niet leuk om te kijken waar mijn slaapkamer zou komen. En toen we er eenmaal zaten, keken we uit op een grote, kale vlakte tot aan de snelweg. Toen er eindelijk werd bijgebouwd, ging het razendsnel. Ik was toen vier jaar. In onze straat woonden geen andere kleine kinderen. Ik was het niet gewend, dus miste ik het ook niet. Met vriendinnen had ik echt een binnenleventje. Nu, in 2002, wonen er veel kinderen van ongeveer zes jaar oud in de buurt. Mijn school, de Polygoon, was nog klein: twee klassen. Ik was er trouwens de eerst ingeschreven leerling."
Moeder Simone (48) : “In het begin van de jaren tachtig kwam ik al veel in Almere. Ik werkte toen in het voormalig Burgerziekenhuis, dat later verhuisde naar Almere en nu Flevoziekenhuis heet. In 1985 heb ik met mijn man een huis gekocht in de Waterwijk. We zijn niet zulke klussers en we wilden graag een grotere woonkamer. Zo kwamen we terecht in de Filmwijk. Ik vind het altijd leuk om te zeggen dat ik in de Filmwijk woon. Het contact met mijn moeder is wel sterker geworden sinds ze in Almere woont. Ze komt een aantal keren per week aanwippen. Ze strijkt voor me en we delen de Waterkampioen. We zijn namelijk waterliefhebbers. We varen veel samen rond Almere".
Grootmoeder Betty (77): “De buurt waar we in Amsterdam woonden ging achteruit: krakers, dichtgeplakte winkels en het huis had een opknapbuurt nodig. Twee dochters woonden al in Almere . Zo is het eigenlijk gekomen. De Bouwrai was net opgeleverd en Simone had er al een huis gekocht. De Bouwrai trok, want daar werd minder bekrompen gebouwd. Ik woon nu in een appartement aan de James Stewartstraat. Alleen al de woonkamer is 59 vierkante meter! Mijn huis hiervoor was in totaal 41 vierkante meter. Ik voel me nog steeds Amsterdammer en lees de Amsterdamse krant Het Parool, maar ik ga er steeds minder vaak naar toe. Ik ben in 1946, op mijn 19e, in Amsterdam komen wonen. Geboren en getogen ben ik in voormalig Nederlands-Indie. Mijn vader was daar schoolhoofd. We hebben onder andere op Oost-Java gewoond. Tussen mijn 15e en 18e heb ik in een kamp gezeten. Daar woonde ik met mijn moeder, gescheiden van mijn vader en broer.
De vriendinnetjes van Suzanne kwamen vaak mee naar ons appartement. Dat vond ik heel gezellig. Mijn kleindochter komt nog regelmatig een avond spelletjes doen of samen eten. Dan zeg ik wel eens dat ze slordig eet of teveel zit te ‘roeien’ in haar eten. Mijn dochter zie ik ook wel een aantal keren per week. Dan drinken we koffie en strijk ik de overhemden".
Reacties