Dick van den Berg (62) woont sinds 1978 in Almere en mag zichzelf dus pionier noemen. Hij is het ook. Sport lag hem na aan het hart en hij stond aan de wieg van de ontwikkeling van sport in Almere. Dick werkte vanaf 1978 bij de RIJP en kwam na de gemeentewording van Almere in 1994 in dienst bij de Gemeente Almere. Hij woont met zijn vrouw op de Hofmark, een huis met de schitterende achtertuin grenzend aan het Waterlandse Bos. Een idyllisch plekje, maar toch niet de plek waar Dick het over wil hebben.
“Vijf dagen volle bak,” herinnert Dick zich van de feestelijkheden rond de gemeentewording. “Ik was een van de organisatoren. Weinig geslapen die week. Ik ben begonnen als bedrijfsleider van het Diemer sportcomplex en werd daarna Hoofd Accommodaties. Uiteindelijk werd ik projectleider bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en kreeg ik te maken met bestemmingsplannen. Grote projecten zoals Overgooi en Noorderplassen. We moesten zorgen dat het er kwam, leuk werk. En veel breder dan wat ik vroeger deed bij Sportzaken. Als ik nu ergens in Europa reis, kijk ik hoe een stad in elkaar zit. Mijn wereld is dankzij dat werk veel rijker en groter geworden.”
Ik teken zelf wel zo’n ding!
“Deze plek, dit huis, is voor ons uiteraard een belangrijke plek. Dat wil ik nooit meer kwijt. Maar de uitkijktoren op Utopia, daar zit een bijzonder verhaal aan vast. Ken je het? Bij Haddock aan het Weerwater...nee, dat is geen vuurtoren! Het is een uitkijktoren. Toen de RIJP stopte met de ontwikkeling van Almere in 1996 ongeveer, kreeg Almere een bedrag om iets te doen als afsluiting. Ik zat net bij de Dienst Stedelijke Ontwikkeling en wij moesten iets doen met dat geld.
Paul de Maar, toenmalig stedenbouwkundige, had een idee. Toen Flevoland ontwikkeld werd, moesten er drainage sloten gegraven worden maar er was niks, geen ijkpunten, alleen leeg land. De Rijksdienst zette overal uitkijktorens neer, gemaakt van pijpen. Die kerels die dat deden waren kunstenaars, die konden torens bouwen op stekken, dat wil je niet weten. En Paul bedacht dus dat een uitkijktoren een een mooie verwijzing naar die periode zou zijn. Maar ja, het kostte een vermogen een toren te laten tekenen en bouwen. Paul zei: ‘ik teken zelf wel zo’n ding’. Wacht effe...” Dick verdwijnt naar boven en komt even later terug met de originele fullcolour tekening van de uitkijktoren, precies zoals hij er nu staat. “De toren is gebouwd van een aantal hele grote rioolpijpen. Toen Paul met pensioen ging, kreeg ik die tekening, die ik koester, dat snap je. Ik kom er regelmatig, als ik gasten heb, neem ik ze er vaak mee naar toe. De plek waar de toren staat is ook heel bewust gekozen. Als je een rechte lijn van de toren richting stad trekt, kom je bij de ingang van het station uit. Vroeger kon je dat ook zien, nu niet meer natuurlijk.”
Mooie herinneringen, lelijk gebouw
“Minder goede herinneringen? Sporthal Haven. Als gebouw dan. Daar heb ik gemengde gevoelens bij. Mijn herinneringen aan wat we daar deden, zijn mooi. Een heel bijzondere periode. Maar qua gebouw was het helemaal niks. De architect had echt totaal geen idee. Ramen op de verkeerde plek, ventilatie die niet klopte. Als je aan het tennissen was, zag je de bal niet vanwege het tegenlicht. Badmintonshuttletjes werden weggeblazen door de ventilatie roosters. Ik heb nog ruzie gehad met die architect. Hij had een bepaalde kleurstelling voor het gebouw bedacht, maar deed niks aan de ruimte van de beheerders. Hij beloofde van alles, maar deed niks. Op een gegeven moment hebben we zelf emmers bruine verf gekocht en de hele ruimte van onder tot boven bruin geschilderd. Die man die kwam, hij was laaiend. Toen kwam hij wel eindelijk met zijn advies.”
“Verder kan ik niet echt lelijke plekken noemen. Waar ik wel zorgen om heb, is dat de oudere wijken verpauperen terwijl er miljoenen gaan naar een nieuw stadsdeel als Poort. Onderzoek op onderzoek op onderzoek, geldverslindend. Terwijl er op andere plekken zoveel moet gebeuren. Een buurt leefbaar houden en onderhoud plegen, dat gaat samen.”
Reacties