Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Petra Luijten

Stoeptegel afspraak

'Houd je stomme rotkop, trut’, zij richt haar hoofd op. Verveeld hangend met de ellebogen op de balie. ‘Ook een goedemorgen’, fluister ik en kijk haar vragend aan. ‘Had je het tegen mij?’ ‘Nee, sorry, o, nee, niet tegen u mevrouw’, zegt ze met een rood hoofd. ‘Zou je die taal voortaan buitenschool willen gebruiken?’ Maar ik had het niet tegen u, echt niet. Ik had het tegen haar.’ Ze wijst naar een schoolgenoot, die verderop staat te hangen.

‘Dat weet ik wel, maar toch die taal uit jouw mond? Je bent een leuke meid, dacht ik. We beginnen even opnieuw’, zeg ik dan. ‘Goedemorgen dame. Kan ik u helpen?’
‘Goedemorgen mevrouw, u hebt humor. Mag ik een broodje kaas en een blikje cola?’
Ik draai mij om, pak een warm broodje kaas, servetje erom en een blikje cola. ‘Alsjeblieft, dat is dan één euro en vijfentachtig cent.’ Zij telt haar muntjes, betaalt en pakt haar pistolet en blikje: ‘Dank u wel, hm lekker warm.’ ‘Eet smakelijk en een fijne dag.’

Vanmiddag legde een brugklasser een uitstuurbrief neer op onze balie. ‘Wat heb jij uitgespookt?’, vraag ik. ‘Ik was boos en schold de leraar uit’, zucht hij met een fronsend voorhoofd, zijn hand zet hij bedenkelijk tegen zijn kin, zijn elleboog leunt op de balie.
‘Boos mag je zijn, maar schelden is natuurlijk niet zo slim.’ ‘Weet ik ook wel, maar ik was gewoon zo heel erg boos, het floepte er zomaar uit.’ ‘En nu?’ ‘Het was niet slim, hem uit te schelden.’ ‘Tel volgende keer tot vijftig met je lippen op elkaar, dat helpt.’
Hij lacht alweer en na dit rustige gesprek, besluit hij zijn excuus aan te gaan bieden bij die leraar.

En dan die jongen met spierwitte lach en één blinkende gouden tand. Als ik hem zie moet ik al lachen, zijn ondeugende ogen hebben iets. Als hij mij ziet geeft hij mij een boks en slaat daarna zijn hand op de borst. In de klas schijnt hij niet de makkelijkste te zijn en dat begrijp ik, stilzitten is voor hem erg moeilijk. Ik herken in zijn gedrag de trekjes van een ADHD-er, niks mis mee als je weet hoe je er mee om kan gaan. Gelukkig ben ik aardig getraind doordat wij thuis ook zo’n AlleDagenHeelDruk-kind hebben. Boos worden werkt averechts.
Dit keer vaart hij uit tegen mijn collega: ‘Ik moet MAYO d’rop en niet die vieze troep. Daar betaal ik niet voor, maak maar nieuwe.’ Hij schuift boos het broodje terug en stopt het geld in zijn zak. Omdat mijn collega ook niet de kalmste is, spring ik even tussenbeide. ‘Zeg dat kan jij ook wel even anders zeggen.’ Hij kijkt kwaad op en zegt niets.
‘Oké, jij bent boos’, zeg ik. ‘Vanmiddag om vier uur op stoeptegel 78, dan zullen wij eens een potje knokken.’
Dan verschijnt er een glimlach op zijn snoet en wij lachen. ’Kan je nu gewoon vertellen wat er mis is met je broodje, dan kunnen we dat oplossen.’ Op een veel rustige manier vertelt hij dat hij mayo op zijn broodje hamburger wil. Ik geef hem zijn broodje en reken af.
‘Eet smakelijk, tot vier uur, niet vergeten stoeptegel 78.’ Glimlachend vertrekt hij met zijn broodje.

Reacties