Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Jos Corveleijn 1

Iraanse christenen in Goede Rede

2002""2007
/

Christenvervolging is niet iets uit een ver verleden. Het is gruwelijke actualiteit. Miljoenen mensen hebben er dag in dag uit mee te maken. In kerkcentrum De Goede Rede in Almere, waar de 'Iraanse Kerk Nederland' onderdak heeft, kunnen ze daarover meepraten.

Sinds vijf jaar komen Iraanse christenen elke zondagmiddag bijeen in De Goede Rede om hun diensten en hun samenzijn te vieren. Deze gemeente werd destijds gestart met steun van een koepel van kerken in Iran en andere landen, vergelijkbaar met de Assemblies of God (wereldwijd verband van pinkstergemeenten). Er zijn ook Iraanse gemeenten in Groningen, Hengelo en Katwijk. Al met al niet veel, om de 40 duizend Iraniërs hier te lande te bereiken. “Vaak zijn het Nederlanders die Iraniërs, veelal politiek vluchtelingen, van heinde en verre naar de samenkomsten brengen, waar ze landgenoten ontmoeten en het Evangelie horen. Het plan is vierduizend mensen voor te bereiden op terugkeer naar Iran om daar het Evangelie te brengen, wanneer de deur weer open gaat," vertelt voorganger Hamid. Die tijd lijkt momenteel nog ver weg, sinds met het aantreden in 2005 van de nieuwe president Ahmadinejad een einde kwam aan het wat gematigder religieus/politieke klimaat onder president Khatami.
Maar Farhad, een man van middelbare leeftijd, wijst op de hoopgevende profetie van Jeremia (Jer. 49:34-39) over Elam, een deel van Iran, waarin ‘de Here in het laatste der dagen Elams gevangenis wenden zal’. In verband met de visie voor terugkeer naar Iran heet de gemeente Iraans, maar er komen niet alleen Iraniërs. Ook bijvoorbeeld Armeniërs, Spanjaarden en een Marokkaan kwamen hier tot geloof.

Gastvrijheid
“Het was daar niet makkelijk," zegt Hamid, “maar hier valt het ook niet mee. Minister Verdonks opvolgster Ella Vogelaar verleent weliswaar makkelijker verblijfsvergunningen, dus dat is geen probleem meer. Dat is een zegen! Maar we hebben veel moeite met de Nederlandse cultuur." Hij voegt er het bekende relaas van vele buitenlanders over dat éne koekje bij de koffie (en dan de trommel weer dicht) aan toe. “Wij zijn gewend iemand een maaltijd voor te zetten als hij komt. Je kunt hier ook niet zomaar bij iemand aanlopen. Je moet altijd vantevoren afspreken." Wel beaamt hij dat Nederlandse christenen ‘wel wat’ gastvrijer zijn.

De dienst moet om twee uur beginnen, maar ook strikte aanvangstijden zijn typisch Nederlands. "Iraniërs zijn vaak wel wat aan de late kant," verklaart een jonge vrouw de om kwart over twee nog bijna lege zaal. Langzamerhand druppelen er meer, meest jonge, mensen binnen. Tenslotte zijn er ongeveer zestig. Ze begroeten elkaar met een hartelijk ‘Salam!’ (Vrede!) en nemen uitgebreid de tijd voor elkaar en voor levendige gesprekken.

"De onderlinge gemeenschap is hier heel belangrijk," zegt Hamid. "Sommigen komen van heel ver: uit Groningen of Zeeland. De zondag is het hoogtepunt van hun week. Dan ontmoeten ze elkaar weer en kunnen ze bijpraten en elkaar bemoedigen."

Het begin van de dienst afwachtend vertelt Farhad zijn verhaal. Als fanatieke moslim had hij altijd Allah’s regels gevolgd, maar kreeg hij alleen maar meer problemen en onvrede. Teleurgesteld en boos riep hij in een gebed uit: “Wie bént u eigenlijk?" Prompt ontdekte hij dat zijn eigen broer christen was. Zogenaamde ethnische christenen worden tot op zekere hoogte gedoogd in Iran - zolang ze maar niet evangeliseren en openlijk hun geloof belijden - maar voor tot het christendom bekeerde moslims is het er levensgevaarlijk. Zij kunnen kennelijk zelfs hun familie niet over hun bekering vertellen. Farhads broer bracht hem bij een Engelse dominee die voor hem bad. Toen begon de verandering waarvan hij nu — na jarenlange omzwervingen neergestreken in Nederland — vol overgave getuigt tegenover moslim collega’s.

De zangdienst is vrolijk en enthousiast. Staande en met handengeklap worden de Iraanse liederen gezongen, waarvan één herkenbaar als Opwekkinglied. Ook klinkt een Nederlandstalig lied: Mijn hoop is op U, Heer. Met luid applaus eindigt de zangdienst na drie kwartier.

Depressief
De gastspreker, een voorganger uit Armenië, spreekt over Gods Koninkrijk. Je leven zal veranderen als dat Koninkrijk ‘er binnen komt’. Doordat zijn woorden moeten worden vertaald, is niet helemaal duidelijk hoe hij het precies uitdrukt. In elk geval gaat hij in een lange preek in op depressie en genezing, met vele praktijkvoorbeelden uit zijn eigen leven en dat van anderen.

Dat veel Iraniërs worstelen met depressiviteit, zegt Hamid ook. “Ik preek zelf nooit zo erg lang, twintig à vijfentwintig minuten. Maar dan wel meer vanuit de Bijbel zelf, omdat we daarin juist bemoediging kunnen vinden. Deze mensen hebben hun huis achtergelaten en zijn in een vreemd land verzeild geraakt. Hier hebben ze weer andere problemen dan in hun eigen land." Hij komt weer terug op de cultuurverschillen. “In Iran kun je op elk uur van de dag bij de buren wat gaan drinken, in Teheran is altijd veel drukte. Hier zeg je alleen ‘Hai’ tegen elkaar en verder niets. Om zes uur is het stil op straat en zit iedereen binnen. Om contacten op te doen met Nederlanders komen we met kerkleden uit Lelystad en uit Almere (bijvoorbeeld van de Parousiagemeente) elke twee maanden bij elkaar."

Dat ze allemaal uitstekend Nederlands spreken bleek al uit de hulp die regelmatig vanuit de zaal werd geboden aan de nog jonge vertaalster als zij soms de draad even kwijt was. “Ja, dat gaat bij ons sneller dan bij bijvoorbeeld Turken en andere volkeren. Velen van ons studeren aan universiteiten. Zelf heb ik in Engeland de zesjarige theologiestudie in twee jaar gedaan," zegt Hamid, “We zijn goed in integreren. Ik ben hier nu wel een beetje gewend. Na vijftien jaar …"

Reacties (1)

Namen

Nog een toevoeging: de gebruikte namen in dit artikel zijn om veiligheidsredenen gefingeerd.

Jos Corveleijn
,
2 dec 2007, 17:37
Reacties (1)