Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

De échte pioniers

1975""2007

Het is 1975. In de nog lege Flevopolder staat een handjevol stacaravans bij elkaar te kleumen. Het Bivak: onderkomen voor de kwartiermakers van het nog niet bestaande Almere. Drie Rijkspolitiemensen, twee medewerkers van nutsbedrijven, twee ambulancemannen en de concïerge van het houten gebouw De Haak dat als kantoor dienst deed. Politieman Wim Leeman en zijn vrouw Don van der Woude maakten deel uit van dat groepje eerste en echte pioniers.

Ik bezoek Wim en Don in hun woning in Almere Buiten, waar ze sinds drie jaar wonen na jarenlang ‘drentenieren’ op het platteland. "Op 1 december 1975 verhuisden we naar het Bivak,"vertelt Don. "Het was één grote modderzooi, er waren geen wegen. Het huisje zelf, een dubbele stacarvan, was heel mooi en gestoffeerd." "We kenden niemand," zegt Wim. "Ik was rayoncommandant zuidelijk Flevoland en werkte vanuit Lelystad. ’s Ochtends met de kever de polder in, naar de Oostvaardersdijk om verkeer en visserij in de gaten te houden. Maar landdrost Otto wilde graag dat ook de bouwactiviteiten in de gaten gehouden werden. Vandaar. We vonden het helemaal niet erg in Het Bivak te gaan wonen." Don: "Het was heel erg verlaten. Er was één bus die stopte bij de Hollandse Brug, daarmee ging ik naar mijn werk in Lelystad. Maar die bus stopte niet altijd, de chauffeurs waren er niet aan gewend dat er Almeerders meemoesten. Wim ging er dan achter aan met zwaailicht en al."

Kneuterig
"Kom even mee naar de wc," zegt Wim. Die blijkt vol te hangen met herinneringen aan die pionierstijd. Een kaart van het gebied, foto’s van het Bivak, een herinneringstegel aan vijf jaar Almere, de ‘kneuter’ — een beeldje dat gemaakt is naar aanleiding van de opmerking van Han Lammers dat de bouw in Almere te kneuterig werd. "Het was wennen aan alles," herinnert Don zich. "Aan samenwonen, de omgeving, aan het zo dicht met mensen omgaan. Dat vond ik moeilijk. Ik was blij dat het eerste jaar voorbij was en er meer mensen kwamen wonen. Maar het is een onvergetelijke periode. Het heeft ons leven enorm beïnvloed. Ik ben opgegroeid in een klein huisje met veel mensen. Dat wilde ik nooit meer, ik heb altijd verlangd naar ruimte. Die krappe jeugd heeft heel erg mijn belangstelling voor politiek en volkshuisvesting bepaald. Ik ben ook in de politiek terechtgekomen, ben wethouder geworden met volkshuisvesting in mijn portefeuille. Dat was zonder het Bivak nooit gebeurd." Wim: "Er was niets, boodschappen moesten we doen in Muiden of Bussum. Ik had in mijn werk vooral veel contact met de jeugd. Er was in het begin niets voor die kinderen, dat was best problematisch. Op een gegeven moment werd er een keet voor ze neergezet, een soos. We hebben nooit problemen gehad met de jeugd, behalve een keer, maar dat was de jeugd uit Muiden. Ik werd getipt dat een groep jongens uit Muiden van plan waren de soos te komen verbouwen. Ik was alleen en wat moest ik. Ik heb toen de karateleraar gebeld en uiteindelijk stonden we ze met een stuk of tien bij de brug op te wachten. En ja hoor, daar kwamen ze. Ze zijn Almere niet ingekomen, waren toch behoorlijk onder de indruk…"

Uitzetting
"Almere was nog geen gemeente," zegt Don. "De Rijksdienst voor de IJsselmeerpolders was het bestuur met landdrost Han Lammers als bestuurder voor Almere. Officieel moest iedereen na een jaar het Bivak verlaten maar wij wilden helemaal niet. Het was zo heerlijk wonen daar. Ze hebben ons echt moeten dreigen met uitzetting, we hebben het 2,5 jaar kunnen rekken maar toen ging de RIJP dreigen met een dwangsom en zijn we maar vertrokken." "We woonden daar zo heerlijk," vertelt Wim. "Dat uitzicht, reeën en hazen voor de deur. Dat krijg je nooit meer." Don: "En eerlijk gezegd, wat er verder in Almere gebouwd werd, trok ons niet erg aan. Die hofjes allemaal. Zo op elkaar, bij elkaar binnen kijken, dat was echt tot kunst verheven. Uiteindelijk hebben we bedongen dat we een stukje grond kregen om zelf te gaan bouwen. Omdat het huis nog niet klaar was, hebben we nog tien maanden op de Rozenwerf gezeten. Echt kamperen, op het beton. Veel meer pionieren dan op het Bivak. Daarna zijn we naar ons nieuwe huis op de Hofmark gegaan, het huis leek qua indeling op ons verzoek heel erg op het Bivak omdat we dat zo praktisch vonden. Keuken en werkplek open en grenzend aan de huiskamer, een bijkeuken."

Goh, wij waren de eersten
"Na zes jaar zijn we vertrokken uit Almere. Dat had te maken met mijn werk," zegt Wim. "Ik werd door de Rijkspolitie ergens anders heen gestuurd. De gemeentepolitie heb ik nog geprobeerd omdat we hier wilden blijven maar dat boterde niet." "En we wilden toch uit die bebouwing," vertelt Don. "We wilden weer ruimte om ons heen. Kippen en een schaap, dus uiteindelijk zijn we in Drente terechtgekomen. Uiteindelijk hebben we zestien jaar in Drente gewoond. In een naar huis maar op een prachtig plekje. En nu zijn we weer terug in Almere." "Om gezondheidsredenen en vanwege de leeftijd," zegt Wim. "Onze jongste dochter woont hier, we kennen hier nog veel mensen. Maar het was toch wel spannend om terug te komen. Dit huis was liefde op het eerste gezicht. Nauwelijks tuin, maar in deze fase bevalt dat prima! En we moeten zeggen, het is fijn weer terug te zijn." Don: "Het is wel heel bijzonder hoor. Hier door de stad te lopen, te zien wat het geworden is. Als je nu over de dijk rijdt, die New York achtige skyline, en nog maar dertig jaar geleden was het leeg." Wim: "Het is heel interessant hier rond te rijden. Dan denk ik: ‘Goh, wij waren de eersten."

Reacties