Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Zet 100 Nederlanders bij elkaar en ze gaan vergaderen...

1977 – 1978
/

Nico van Duijn woont sinds 1976 in Almere, was de eerste huisarts in Almere én voorzitter van de Raad van Overleg, een democratische snelkookpan die tussen 1977 en 1978 af en toe heftig overkookte.

“Als je honderd Nederlanders bij elkaar zet, gaan ze vergaderen,” verzuchtte Nico van Duijn laconiek tijdens de grondleggersbijeenkomst die het Geheugen in april 2005 organiseerde. “In 1977 was er een prima basis gelegd voor Almere, maar er moest nu eenmaal georganiseerd gemopperd worden. Vergaderen dus in de Raad van Overleg, onze zelf georganiseerde vorm van democratie. Alles kon en werd op de agenda gezet: van zout strooien en natte schuurtjes tot en met het opzetten van maatschappelijke organisaties voor welzijn, zorg en onderwijs. Ach, eigenlijk hetzelfde als wat nu in de gemeenteraad op de agenda staat. Ik geloof dat we wel een reglementje gemaakt hebben en er waren notulen die dan weer in De Almare gepubliceerd werden. Ik mocht voorzitter zijn, had zelfs een hamer die al snel kwijt was. Eerst was het een Hamertje Tik hamer, later kregen we een echte maar toen was het eigenlijk al klaar want de Raad van Overleg heeft maar een jaar geduurd. Ik heb die hamer, maar ook schroevendraaiers en wat al niet gebruikt want het was een rumoerige toestand altijd, met veel schreeuwen. Een clash van culturen. Er zat bijvoorbeeld iemand in de Raad die gewoon niets anders wilde dan een viskraam neerzetten, iedereen wist dat. Het was eigenlijk een beetje rare vorm van democratie.
De bouw van de kerk bijvoorbeeld. Er waren drie plaatjes van drie architecten. Dirk Visser, de bouwpastor, legde die drie ontwerpen aan de bevolking voor: kies maar. Maar de klassieke voorkeur van de bevolking kon financieel helemaal niet. Er viel dus eigenlijk helemaal niets te kiezen. Het was vaker heftig. Joop Kuys bijvoorbeeld, de bovenmeester in wiens school De Bijenkorf vaak vergaderd werd, bulderde regelmatig zijn principiële ongenoegen uit, totdat hij er eind 1977 per brief uitstapte. ‘En ik wil er niet over praten’, schreef hij. Niemand weet meer waar het over ging…”

Reacties