Tussen de wal en het schip zuid
Almere is een groene stad, een van de woningcorporaties is daar zelfs naar genoemd. Wie zich hier vanuit de randstad vestigt verwacht parken en buurtgroen in de omgeving. Maar in de wijk Tussen de Vaarten kan dat nogal tegenvallen.
Dat is geen toeval. Toen we het plan voor deze wijk maakten had het gemeentebestuur juist een rapport onder ogen gekregen waarin werd voorgerekend dat een dergelijke stad door het hoge percentage stedelijk groen in financiële problemen zou komen. Het devies was dus: hogere dichtheden en minder groen. Ik herinner me de discussies in de projectgroep toen de ontwerpers een parkstrip langs de Hoge Vaart voorstelden: Als je daar alle grond zou uitgeven voor nog meer woningen verdiende je dubbel, werd ons voorgerekend, want naast de extra grondinkomsten hoefde de gemeente ook nog eens het park niet te bekostigen en te onderhouden. Geen speld tussen te krijgen. Gelukkig lag daar al de silo Hogevaart, relikwie uit het verleden als een excuus om wat ruimte te bewaren. Aan de oostkant van de wijk maakte een bestaande leidingstraat het onmogelijk om alles vol te plempen met huisjes en tuintjes. Toch nog wat groene ruimte dus in deze wijk gelukkig.
Het zuidelijk deel van Tussen de Vaarten, aan de andere kant van de Hagevoortdreef is er minder goed afgekomen. En dat terwijl daar vlakbij een volwaardig bos ligt. Het lag daar al twintig jaar, ingeplant in het kader van het convenant met het rijk waarin de RIJP zich verplicht had om elk jaar in Almere een bepaald volume aan bomen in te planten. Maar dan moet je dat bos wel kunnen bereiken en daar ligt nu juist het probleem: behalve woningen was hier een logistiek bedrijfsterrein gepland waar dag en nacht vrachtwagens af en aan moesten kunnen rijden, Sallandsekant. Dat leg je dan toch tegen de autoweg, achter de busbaan, een mooie bedrijfslocatie en, niemand die er last van heeft! Maar zo eenvoudig gaat dat niet in de stedenbouw. Er moesten nog twintig hectaren bij, want nergens in de stad was er meer ruimte voor die logistieke bedrijven, dus ze kwamen niet alleen achter, maar ook naast het woongebied. Nu deed zich een lastig dilemma voor: Het wonen tegen het bos situeren, maar dan ver van alle andere stedelijke voorzieningen, weggedrukt in een uithoek. Of toch maar tegen de Hogevaart en daarmee meer als een onderdeel van de stad. Die tweede keus lag voor de hand hoewel dan het bos, en daarmee het enige parkgroen, door bedrijfsterrein van de wijk afgesneden dreigde te worden. Om het toch bereikbaar te houden tekenden we, als een soort navelstreng, een pad tussen twee rijen bomen waarmee de bewoners in vijf minuten naar het bos zouden kunnen wandelen, het Botticellipad.
Omdat het kaarsrecht is zie je het bos vanuit de buurt al voor je liggen, tussen de grote bedrijfshallen door. Maar deze keer wonnen de rekenaars het van de tekenaars, want “door zo´n voetpad geef je minder grond uit". Eerst moest een van de twee rijen bomen het ontgelden en daarna moet iemand ontdekt hebben dat het nog voordeliger is om dat laatste stuk gewoon niet aan te leggen. Toen ik deze week over Sallandsekant reed was daar nog niets: geen pad, ook niet één rij bomen en geen enkele voorziening in het bos, terwijl de wijk klaar is en al lang voor honderd procent opgeleverd. Het zou me niet verwonderen als het laatste niet aangelegde deel van het Botticellipad per ongeluk aan bedrijven wordt uitgegeven.
Misschien is dat al gebeurd zodat het bos voorgoed van de wijk is afgesneden. Jammer voor de bewoners, in plaats van tussen de vaart en het bos zijn ze dan tussen de wal en het schip geraakt.
Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur.