Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Annemarie Beeker

De eerste vier seizoenen

Een jonge vrouw gaat met haar gezin naar Almere verhuizen. Haar eerste jaar in vogelvlucht.

Herfst 1988: we gaan in Almere kijken naar ons huis-in-aanbouw. Het ziet er nog steeds klein uit en zo vlakbij de buren naast, voor en achter. En is dat de tuin? Emma is in slaap gevallen in de wandelwagen, Saar speelt in het zand en wil niet mee terug. Het waait flink in Almere. Ik voel me intens moe.

Winter 1988/1989: het leven speelt zich binnen af, in het nieuwe huis. Als Saar en Emma 's middags slapen - Saar slaat af en toe een dagje over, dan wil ze niet - lig ik op de bank. Ik zou ergens mee kunnen beginnen, in de reservekamer boven, maar ik lees wat en val in slaap. In maart gaan we gras inzaaien. Ik ben vier maanden zwanger.

Lente 1989: elke dag ga ik met Emma en Saar naar het speelveldje. Er wordt een glijbaan geplaatst die ook voor Saar nog te hoog is. Boodschappen doen we op het Van Eesterenplein. De winkel is een keet; binnenkort wordt er gebouwd. Ik spreek wel eens met een paar aardige buurvrouwen, voornamelijk over de kinderen en de nieuwe buurt. De babykamer is zo goed als af.

Zomer 1989: mijn pasgeboren zoon ligt in de schaduw op het gras op zijn dekentje. De meiden spelen op het terras met een afwasteiltje water en een paar plastic bekers. Misschien kan ik een speelgroepje beginnen voor Saar, zolang er in de Bouwmeesterbuurt nog geen peuterspeelzaal is? Ik zal het aan Tonnie vragen als ze straks komt theedrinken.

Reacties