Almere Buiten, een zware bevalling-vervolg
Het leek in 1980 misschien wel erg vroeg om al aan een derde kern te beginnen. Toch heeft de directie van de RIJP nog datzelfde jaar besloten er weer vaart in te zetten. Waarom?
De gemeentewording naderde, Lammers begon ongeduld te tonen en de RIJP besefte maar al te goed dat haar rechtsopvolger het roer wel eens radicaal zou kunnen gaan omgooien. Van Duin wilde het polynucleaire model, zijn eigen idee, veilig stellen en daarvoor zou zo´n derde kern, midden in de polder, een goede zet zijn. Onder de krachtige leiding van Hans van Dordt werd nu een “Projectgroep Almere Buiten" in het leven geroepen, met de opdracht om binnen een jaar tot een structuurplan te komen en om tegelijkertijd een eerste fase daarvan uit te werken, zoals dat ook in Almere Haven en -Stad was gegaan. De samenstelling werd gewijzigd. Als stedenbouwer kwam Jan Frans de Hartog erbij, in Almere Haven opgevallen, mede door zijn diplomatieke kwaliteiten, gelijk met Gerrit Eenkhoorn die hiermee definitief overstapte van Lelystad naar Almere. Alle Hosper werd nu de landschapsarchitect met Hein van Delft als zijn rechterhand.
Bovendien betrok de RIJP een paar grote bekende adviesbureau´s bij het project. Behalve bureau Goudappel, dat van begin af aan het verkeer behartigde met dit keer Roel Meilof in de projectgroep, werd van bureau Kuiper uit Rotterdam Wim Beekhuis (1) ingeschakeld als stedenbouwkundige en deden van buro B&B de landschappers Ank Bleeker en Jos Jacobs mee. Dat de andere B van het bureau die ook af en toe optrad, Riek Bakker, tien jaar later voor de gemeente het Structuurplan Almere zou gaan herzien had toen niemand kunnen vermoeden.
Opnieuw ontbrandde een competentiestrijd, dit keer vooral tussen de ontwerpers en de verkeerskundigen die de opzet van Almere Haven terugwilden. De NS, met zeggenschap over het aantal stations en dus een vinger in de pap, begon alvast bezwaar aan te tekenen tegen de voorgestelde lage dichtheid: “daar leg je geen stations voor aan". Hoogtepunt van de strijd was een complete coup van de verkeerskundigen. Als een donderslag bij heldere hemel kwamen zij in een vergadering met een eigen plan waarin die hele nieuwe aanpak van landschappers en stedenbouwers aan de kant gezet was en vervangen door een hiërarchische autoontsluiting à la Almere Haven: met een klassieke boomstructuur zou het hele modernistische stratenraster naar de prullenmand verwezen zijn.
De klap kwam hard aan, vooral omdat projectleiders en planologen aarzelden. Gerrit Eenkhoorn (2) herinnert zich nog hoe de Hartog opeens veelbetekend stil werd. Na een crisisoverleg met de hoogste bazen werd vastgesteld dat dit toch een station te ver was en is men doorgegaan op het oorspronkelijke plan. Tussen de stedenbouwers en verkeerskundigen in Almere Buiten is het nooit meer helemaal goed gekomen. Harrie de Heij (3) heeft me later eens verteld dat verkeersman Roel Meilof het er nu, na vijfentwintig jaar, nog steeds moeilijk mee heeft.
Hoe liep het af met die doorstart in 1980? Dit keer lukte het. Binnen de gestelde termijn werd het structuurplan opgeleverd, een succesvolle basis voor het Almere Buiten dat nu alweer bijna is volgebouwd. Men was er trots op en de grote buro´s publiceerden erover in de vakpers. Eerlijk gezegd hadden zij vooral gezorgd voor het gewicht in de schaal. Hun bijdrage was verder bescheiden want de basis voor de nieuwe aanpak van Almere´s derde kern was gelegd binnen de RIJP, in werkgroep en projectteam, met name door de landschapsarchitecten. Almere Buiten dankt z´n karakter in de eerste plaats aan hun invloed en inspiratie. Hun visie valt nu onmiskenbaar af te lezen voor iedereen die daar buiten rondloopt.
1. Veel later zou hij zelf bij de gemeente komen als stedenbouwkundige van Almere Buiten.
2. Gegevens voor “Almere Buiten- een zware bevalling afkomstig van interview met Gerrit Eenkhoorn.
3. Harrie de Heij, hoofd verkeer sinds de gemeentewording maar al vanaf 1972 aan Almere werkzaam.
Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur.
Reacties