Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Brans Stassen 1

Almere Buiten, een zware bevalling

2006

Zo logisch als Almere Buiten er nu bijligt, ontspannen ingebed in het landschap van de polder, zo moeizaam is het tot stand gekomen.

Eind jaren 70 droeg de RIJP de Centrale Projectgroep Almere (CPG) onder leiding van Balder Buining op om een aantal thematische studies te maken voor een derde kern van Almere. Voor stedenbouw en landschap zaten Teun Koolhaas en Alle Hosper daarin.

Alles werd heroverwogen: Moesten die verschillende systemen van fietsroutes en autowegen, busbanen en grachten, die in vorige kernen van elkaar gescheiden waren, niet nodig weer eens gecombineerd worden? Je zou hier een optimaal netwerk moeten maken van langzaamverkeersroutes met daaraan, minder weggestopt dan tot nu toe, bushaltes en buurtcentra. De landschapsarchitecten wilden het polderraster nu eens als uitgangspunt te nemen volgens de strategie waarop Alle Hosper van begin af aan had aangedrongen: plant vroegtijdig bosstroken in volgens het patroon van de polder, waardoor ruime kamers ontstaan. Deze kamers, die in de loop van jaren één voor één zouden worden ingevuld met nieuwe buurten, bleven dan nog zo lang mogelijk beschikbaar voor landbouw. Het was bovendien flexibel: je zou op elk moment met het bouwproces kunnen stoppen. Want of deze kern ooit voltooid zou worden was nog hoogst onzeker.

Tegelijkertijd speelde er een competentiestrijd tussen de gevestigde hoofdafdelingen van de RIJP en dat jonge eigenwijze projectbureau, het PBA: wie kon het beste bepalen hoe deze nieuwe stadskern eruit moest gaan zien? HSOW, de hoofdafdeling Stedenbouw en Openbare werken, zette voor alle zekerheid een eigen man in die Centrale Projectgroep: Iemand die het vak had geleerd in Lelystad en nog met van Eesteren zelf aan tafel had gezeten, Gerrit Eenkhoorn. Een andere machtige dienst die voor cultuur en recreatie stond, HCR, schakelde Jaap Nip in, een ervaren landschapsarchitect.

Achter de schermen hielden zelfs directeuren als van Duin en Frieling, elk met eigen agenda, zich met dit project bezig. Het lijkt wel of iedereen hier z´n kans zag om eindelijk eens een stad te bouwen zoals het eigenlijk moest. En het moet gezegd, als je nu ergens op een schone ondergrond opnieuw kon beginnen dan was dat wel bij deze derde kern: Almere Haven was immers bij voorbaat bepaald door de ligging aan het water, Almere Stad door z´n centrale functie en positie. Maar hier, achterin de polder, was niets, dit kon nog alles worden.

Na de eerste verkenningen werd er een werkgroep ingesteld met Hans van Dordt als voorzitter. Behalve Gerrit Eenkhoorn kwam Coen van der Wal erin als stedenbouwer, met Thom de Kort als assistent. Jaap Nip bleef erbij als landschapsarchitect. Cees de Goede met Theo Lagarde als planoloog en Jan Kuik voor de cultuurtechniek. Elk voorstel werd om verkeerskundig advies voorgelegd aan Henk van Gent die zelf niet in de werkgroep kwam. In 1980 produceerde deze werkgroep een conceptstructuurplan.

Voor het eerst in Almere werd daar een rechthoekig plan gepresenteerd, “open ended" zoals Teun Koolhaas dat altijd had gepropageerd, en passend in de lijnen van de polder. Door twee diagonalen vanuit de vier hoekpunten was voor langzaam verkeer de kortste weg naar het centrum veilig gesteld terwijl voor auto en bus, nota bene hier niet meer gescheiden van elkaar, een ring was ontworpen waaraan alle haltes en buurtcentra plaats kregen. Elke ingang van buiten af zou op deze ring aantakken. Op het eerste gezicht, een gaaf plan. Maar als iedereen zich dan in zo´n plan wil doen gelden, als er een hele machtsstrijd achter blijkt te zitten, dan zijn zelfs vier poten voor een schaap niet genoeg.

Het plan werd neergesabeld en de organisatie van de nieuwe kern raakte in een impasse. De afdelingen van de RIJP trokken hun mensen terug en driekwart jaar lang kwam alles stil te liggen.

Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur

Reacties (1)

leidingstraten

Ik mis een beschouwing over leidingstraten rond Almere. Waarom zie ik Balder Buining niet bij de peetvaders?

Otto Landheer
,
29 aug 2011, 16:58
Reacties (1)