Tegenwicht voor populisme
Sandor Koppers is rooms-katholiek priester van de Martinus parochie in Almere. De diensten worden gehouden in de Lichtboog, zoals alle kerken in Almere een multireligieus gebouw waar meerdere christelijke religies onderdak vinden. "We willen eigenlijk wel graag een eigen gebouw," zegt Sandor Koppers. “Voor ons is een kerkgebouw het huis van God. Dat moet ook zo ingericht worden."
Ik ontmoet Sandor Koppers op de Grote Markt, waar het parochiehuis van de Martinusparochie staat. Hartje stad, zoals het hoort. Aan de muur foto’s van onder andere de paus. “Ik heb de vorige paus twee keer ontmoet," vertelt Sandor Koppers. "Nou ja, ontmoet….er heerst een streng protocol. Het is zoiets als de koningin ontmoeten. Een goed gesprek zit er niet in. Maar toch, het was heel indrukwekkend. Het is toch de vertegenwoordiger van God op aarde, de opvolger van Petrus. Er ging toch een hele religieuze dimensie van uit. Ik heb niet zo’n moeite met de regels van de rooms-katholieke kerk. Ik ben me altijd erg bewust dat het heel oude tradities zijn die ik vertegenwoordig, er is heel lang over nagedacht, in die zin is het juist een mooi tegenwicht voor het tegenwoordige populisme. Een verademing. Veel mensen leven tegenwoordig bij de waan van de dag. Wanneer kun je nog reflecteren? Het is niet meer zo dat iedereen in een dorp automatisch katholiek is, het is een bewuste keuze nu. En dat is goed. Mensen moeten tot de keuze komen door middel van de rede, het verstand. Uiteindelijk komt het neer op of je er ja tegen kunt zeggen."
"Ik kom zelf uit Amsterdam, uit een katholiek gezin. Opgegroeid in de wilde jaren zestig. Theologie was niet mijn eerste keuze. Ik wilde econoom worden en heb ook HEAO gedaan. Tijdens mijn studie merkte ik dat ik priester wilde worden. Dat kwam door een priester van de Pius X kerk in Amsterdam West. Die deed dat appel. Zoals die man daar aan het werk was, daar ging zoveel van uit. Ik voelde me daar heel erg bij thuis. Na de HEAO ben ik meteen theologie gaan studeren. Daarna ben ik benoemd in Alkmaar en heb ik ontdekt hoe moeilijk dit ambt is. Ik heb me toen ook nog niet laten wijden, dat is pas vorig jaar gebeurd. Die tijd had ik ook wel nodig. Ineens krijg je te maken met heel veel verschillende mensen en dat moet je leren. Je moet je erg bewijzen in het begin, zeker omdat je toch veel met oudere mensen te maken hebt, zeker in een stad als Alkmaar, ik was 26 toen. Ik kwam er niet heel veel leeftijdsgenoten tegen dus dat was behoorlijk eenzaam. In Almere is dat heel anders, de populatie is hier veel jonger. Hier kom ik mensen tegen die jonger zijn dan ik."
"Het geloof is voor mij overal mee verweven, ik sta ermee op en ik ga ermee naar bed. In de loop der jaren is het steeds meer een integraal onderdeel van mezelf geworden. Dat groeit steeds meer. Ik groei steeds meer in de tradities daardoor is het steeds meer een dragend principe in mijn leven geworden. Het bidden en het vieren van de mis zijn de twee belangrijkste pijlers. Ik bid zo’n vier keer per dag. Kijk, ik woon niet in een klooster, ik sta midden in de wereld. Maar juist daarom ben ik me ervan bewust dat ik me constant moet voeden. Dat doe ik met de Schrift, de eucharistie. En ik moet wekelijks optreden, preken. Ik bouw heel bewust de stilte in om me open te stellen. Je geeft heel veel in dit werk. Ik kom net bij een mevrouw vandaan die stervende is. Daar heb je een ander soort gesprekken mee. Je gaat op een heel nader niveau met mensen om. Dat geven moet wel in balans blijven, dus zorg ik voor stilte en meditatie. Een paar dagen naar een klooster gaan, dat soort dingen."
"Ik ga veel de wijk in. Mij verzorgingsgebied is Almere Stad, een erg groot gebied. Sommige mensen begeleid ik langer. Of ik verwijs ze door naar hulpverlenende instanties of deskundigen. De Martinus parochie is in 1982 gestart, in gebouw Meerestein, dat nu afgebroken is. We willen toch erg graag een eigen gebouw. Met een altaar, een tabernakel, gewoon, zoals een katholieke kerk hoort te zijn. Maar ja, het is nogal wat. Het moet financieel kunnen, de grond moet er zijn. Midden in het centrum zal wel niet meer lukken. Geeft ook niet. Het gaat ons vooral om de herkenbaarheid met een dusdanig appél dat nieuwe mensen zich er ook toe aangetrokken voelen. In Almere hebben we drie kerkgebouwen, erg weinig voor een stad van 180.000 inwoners. We zitten al jaren in de Lichtboog, maar het voelt niet als onze kerk. Parochianen voelen dat ook niet zo, ze spreken nooit over ‘onze Lichtboog’. De Protestantse gemeente voelt dat anders. We hebben echt behoefte aan een eigen plek."