Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Annemarie Beeker

Gedenkteken

Een verhaal over de dagelijkse leefomgeving. Hoe eigen die is blijkt pas goed wanneer er iets verandert.

Aan weerszijden van het fietspad langs de Hoppezuigerstraat staan grauwe abelen. Dat ben ik te weten gekomen na lang zoeken in mijn eigen boekenverzameling en in de bibliotheek. Voor mij zijn het altijd de bomen met de ogen geweest, omdat er in de loop der jaren zoveel zijtakken zijn gesnoeid. De littekens begeleiden je als je over het pad wandelt of fietst.

Half februari, het is koud, maar de zon komt door. Ik loop met Hajar een eindje op zoek naar eenden voor ons oude brood. We komen als vanzelf op het fietspad dat langs het water loopt. De bomen zijn nog kaal, maar staan glorieus zichzelf te zijn. Later op de dag ga ik terug met mijn fototoestel en leg mijn bomen vast in het winterse licht.

Half maart zie ik om en om stippen op de bomen staan. Ik wil het eerst niet geloven, maar aan de andere kant van de busbaan is men al begonnen met kappen. Thuisgekomen denk ik terug aan de actie die ik als kind in Groningen eens heb ondernomen om een aantal bomen op een speelveldje te behouden. Een brief aan de koningin stuurde ik op aanraden van mijn moeder naar wethouder Van den Berg. Met een vriendinnetje had ik wel dertig handtekeningen opgehaald. We kregen een vriendelijke brief terug dat de bomen zoveel mogelijk gespaard zouden worden in het nieuwbouwplan. De wethouder hield woord. Ik hoop tegen beter weten in dat mijn gedachten de bomen kunnen beschermen.

Half april fiets ik met Hajar over het pad. De lichtgroene katjes van de overgeblevenen zijn op de zwarte lege plekken neergedwarreld. Over een tijdje groeit er gras. Halverwege het fietspad ligt een enorme stapel stammen. Als die weg is ziet niemand meer wat hier gebeurd is. Maar wij weten het.

Reacties