Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Islam betekent overgave

Saladin Boulaabi gaat dagelijks vijf keer naar de Abu Bakr Moskee in de Staatsliedenwijk. Beginnend bij zonsopgang. "Dat betekent in de zomer om vier uur ‘s ochtends op, erg korte nachten dus." zegt hij lachend. Hij draagt een spijkerbroek, een wit overhemd, een baard en heeft een paar diepbruine soulful ogen. Vóór het gesprek belt hij me in de auto. Nerveus.“Ik mag u niet aanraken, geen hand geven. Ik ben praktiserend moslim." "Geen probleem," antwoord ik. Wat volgt is een mooi gesprek tussen een Marokkaanse heer en een Hollandse dame.

"Ik woon pas twee jaar in Almere, we voelen ons helemaal thuis hier," zegt Saladin. “Hiervoor woonden we in Duitsland, daar was ik gelegerd, ik ben beroepsmilitair." Een moslim als Nederlands beroepsmilitair? “Dat kan wel hoor, als moslim. Als bebaarde moslim geeft het soms wat frictie. Het heeft ook wel met het klimaat te maken. Zes jaar geleden was er niets aan de hand. Er is echt een verharding sinds 11 september 2001. Het is moeilijk, er valt wel mee te leven hoor. En ik vind zelf dat de moslims zelf ook hand in eigen boezem moeten steken. Als ik kijk naar andere gemeenschappen, die profileren zich beter. Bij Marokkaanse moslims is het erg zij en wij. Dat komt door eenzijdige beeldvorming in de media, maar zeker ook doordat wij zelf te geïsoleerd blijven. Er is nog niet voldoende besef van het belang van dialoog. De Turkse moslims zijn veel meer op zoek. Ik zie mezelf als de nieuwe generatie en zoek naar lichtpuntjes. Ik wil open naar buiten treden, zo transparant mogelijk. Ik maak me echt wel zorgen. Er zijn momenten geweest dat we voor de kinderen, ze zijn 2 en 5 jaar oud, serieus overwogen te vertrekken. Dan komt er ineens zo’n wetsvoorstel dat je op basis van verdenking al drie maanden opgepakt mag worden. Eén keer ruzie met iemand en daar ga je. Ik heb een gezin, dat kan toch niet? Maar ja, we zijn hier allebei geboren en getogen, mijn vrouw is autochtoon. We proberen ons zo goed mogelijk aan de situatie aan te passen. Almere is in die zin voor ons…ik weet niet…volgens mij gaat het hier beter."

“Ik ben geboren moslim, geboren en opgegroeid in Den Haag, we deden er niet echt veel aan thuis. Het kwam pas later, toen ik begin twintig was en zeker na 11 september. Die aanslagen schokten me zo, ik wilde er afstand van nemen en verdiepte me in de Islam om daar een goede argumentatie voor te vinden. In plaats daarvan begon ik te beseffen dat de aanslagen helemaal los staan van de Islam. Islam was heel iets anders dan ik zag op TV, daarmee hield het gevoel van afstand willen nemen op te bestaan.
Islam regelt mijn leven. Ik bid vijf keer per dag. Het is leven als een monnik maar genieten als een vrij man. Hoeveel goede dingen kan ik op een dag doen om God te behagen? Dat is waar ik elke dag mee opsta en de hele dag mee bezig ben. Thuis, op het werk. Wat trouwens niet zo gemakkelijk is. In het leger zijn ze niet zo netjes, wordt er stevige taal gebruikt. Er hangen posters van blote meiden. Ik ben er dus van binnen intensief mee bezig dat niet toe te laten en een goed mens te zijn in de lijn van wat God van me wil. Naarmate ik me meer in de Islam verdiep, haal ik er meer uit. Dat sterkt me. Er komen veel moslims naar de moskee die denken ‘ik kom maar want je weet maar nooit…’. Dat had ik vroeger ook. Nu niet meer. Nu ben ik overtuigd, je komt zoveel dingen tegen in de Koran waar die kloppen. Je kunt niet zeggen ‘ik weet zeker dat God bestaat, maar deze regel doe ik toch maar niet. Islam betekent overgave, een tussenweg is er niet."

“God is een persoon. We weten niet of het een man of een vrouw is, maar het is zeker een persoon. God vraagt om een persoonlijke relatie. Gebed heet ‘Salaat’ in het Arabisch, dat betekent verbinding. Die verbinding leggen we vijf keer per dag. Ik beleef dat ook. De regels zijn er alleen maar om me op weg te helpen. Soms begrijpen mensen het niet, het wordt snel als fundamentalistisch gezien. Terwijl alle religies heel veel raakvlakken met elkaar hebben. Soms is het lastig, bijvoorbeeld met dat handen geven. Of dat ik er niet bij wil zitten als er gedronken wordt. Kleine dingen. Maar mensen kunnen er echt moeilijk over doen. En natuurlijk weet ik ook wel dat ik niet opgewonden raak als ik u een hand geef, maar hoe bewuster ik me ben van God, hoe beter het gaat. Uiteindelijk moet het goede overwinnen, dat is waar het om gaat. Dat vraagt om concentratie en een groot bewustzijn. Het helpt me fysiek heel erg. Zeker in zo’n macho omgeving als mijn werk. Als daar een vrouw de eetzaal binnenkomt, gaan al die hoofden. Die onrust heb ik niet meer. Ik schenk al mijn aandacht aan mijn vrouw. Het is fijn die rust te voelen. Dat geldt ook voor mijn vrouw. We voelen ons nu zo fijn, zo rustig. Ondanks de moeilijkheden in de wereld. We hebben een hemel op aarde."