Weg met die duivel!
"Sometimes it needs more time, the devil..." Deze halve zin ving ik op toen ik een keer in Almere Buiten de C 1000 uitkwam. Helaas kon ik de rest van het gesprek niet meer horen.
Wat zou die blonde man tegen die zwarte vrouw gezegd kunnen hebben? Ging het over (on)geloof, zonden, ziekte of huwelijk? Ik moet er nog vaak aan denken en dan verbaas ik me er altijd weer opnieuw over. De duivel? Wie gelooft er nog in de duivel? Dat er kwade dingen gebeuren op deze aarde staat vast, maar wiens schuld is dat dan?
Toen mijn kinderen kleiner waren las ik ze wel eens voor uit de kinderbijbel. Soms lagen zij ’s avonds in hun bedje en vroegen een beetje bang: “Mama, denk je dat de duivel bestaat?" "Nee,"zei ik dan sussend, “die bestaat niet, alleen maar engeltjes en die gaan jou heel goed beschermen." Eigenlijk vond ik het zelf ook nog een beetje eng, denk ik nu.
Toen ik een klein meisje was en zelf in mijn bedje lag zong mijn moeder iedere avond: “Will Satan uns verschlingen, so lass die Englein singen…" (Als Satan ons wil verslinden, laat dan de engeltjes zingen…). Het sprak wel tot de verbeelding. Maar inmiddels heb ik voor mezelf de duivel afgeschaft. Hij brengt me niet verder. Ik wil me op het positieve richten.
Ik ben dus christelijk opgevoed, luthers, om precies te zijn. Uit zijn talrijke preken blijkt dat Maarten Luther (1483-1546), die ook een kind was van zijn tijd, rotsvast in het bestaan van de duivel geloofde. Een goede christen moest er dagelijks tegen vechten. Volgens de legende zou de grote protestant en reformator Luther tijdens de vertaling van de Bijbel naar het Duits zelfs een inktvaatje naar deze tegenstander hebben gegooid. Luther had ook geen goed woord over voor de paus, die wat hem betrof stevig onder de plak zat van de duivel. De tijden zijn veranderd en tegenwoordig zul je deze mening bij Lutheranen niet gauw meer tegenkomen. ‘Oecumene’ (= de ene wereldkerk) is nu het toverwoord. Lutheranen zetten zich nu in voor vrede, begrip en toenadering, niet alleen tussen de christelijke kerken, maar ook tussen de wereldreligies. Maar niet alleen de grote, ook de kleine stappen kunnen dit proces bevorderen.
In maart 2006 bijvoorbeeld namen drie Almeersen, Cristina, Gudrun en ik, deel aan een weekend van het OJEC (Overlegorgaan Joden en Christenen in Nederland) in Elspeet. Voor de zeventiende keer vond deze ontmoeting al plaats. Protestanten en katholieken, orthodoxe en liberale Joden kwamen er voor naar de Veluwe. Een heel weekend lang, van vrijdagmiddag tot zondagmiddag werd er gezongen, gepraat, gebeden, gediscussieerd, gevierd, gelachen, gespeeld en samen gegeten. Samen vierden wij de Sjabbat en een christelijke (oecumenische) kerkdienst. Joden, die het Onze Vader meebaden. Christenen, die Hebreeuws zongen. Het ging niet altijd van een leien dakje, ook emotioneel niet, dat is normaal, na alles wat er door de eeuwen heen gebeurd is en nu nog gebeurt. Maar het was een bijeenkomst van goedwillende mensen, jong en oud, die zich niet wilden laten beheersen door vrees of haat. Iemand stelde voor om er in de toekomst ook islamitische instellingen bij te betrekken. Niet meteen misschien, maar er zou naar toe gewerkt kunnen worden. Sometimes it needs more time. De duivel laten we er maar buiten, wat mij betreft.
Reacties