Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

Een tuintje aan de Voorstraat

1991 – 2006
/

Mevrouw Spaans (87) woont aan de Stadswerf in Almere Haven. Haar tuintje aan de voorkant kijkt uit op de Voorstraat, het huisje staat vol snuisterijen, veel voorwerpen uit de Fiji eilanden waar haar dochter ontwikkelingswerk deed en waar mevrouw Spaans en haar man een paar keer op bezoek zijn geweest. Haar man overleed achttien jaar geleden, sindsdien woont ze alleen aan de Stadswerf. Haar dochter Wil woont ook in Almere.

“Ik ga wel verhuizen hoor," zegt mevrouw Spaans. “Deze huizen worden afgebroken, precies weet ik het allemaal niet, maar ik moet er uit. Dan ga ik naar een bejaardenhuis. Naar Buitenhaege in Buiten, ken je dat? Goh kind, dat je schrijft, dat vind ik zo bijzonder! Ken je mijn dochter Wil? Die is ook bekend in Almere, kijk, ze staat in dit boekje ‘Vrouwen van Almere’. Mevrouw Spaans verdwijnt naar de keuken en komt terug met een groot glas limonade en koekjes. Buiten is het warm, de deur naar de tuin staat open en de geluiden van de Voorstraat zijn duidelijk hoorbaar.

“Ik ben hier komen wonen na het overlijden van mijn man," gaat ze verder. “Anders had ik het nooit gedaan. Wil had het me al eerder gevraagd. Mijn man en ik woonden in Wychen bij Nijmegen. Daar hebben we 26 jaar gewoond, we kenden er iedereen en iedereen kende ons. Maar ja, ik werd steeds ouder en wilde niet op mijn vrienden daar terugvallen als ik wat zou krijgen. Toen ik 72 was, 15 jaar geleden, kwam ik hier wonen. Ik kende Almere al vanwege mijn dochter, we kwamen hier ’s zomers altijd met de boot in de haven. Gezellig. Ik had het liefste aan de haven gewoond maar dat lukte niet. Uiteindelijk ben ik hier gekomen. Ik voelde me hier in het begin niet lekker, het huisje was klein en het was vreemd. Nu ben ik wel gewend. Daar heb ik wel wat voor gedaan ook, hoor. Ik heb veel vrijwilligerswerk gedaan in Wychen. Dat wilde ik ook in Almere, in het ziekenhuis. Jarenlang heb ik dat gedaan, een soort gastvrouw was ik. Bloemen verzorgen, sinaasappeltje persen, praatje maken. Maar ineens kreeg ik een telefoontje dat er een leeftijdsgrens gesteld werd van 80 jaar. Ik was helemaal verslagen, voelde me nog zo fit. Ik zou het zo weer kunnen doen. Ik deed het met hart en ziel. Waarom wordt daar een leeftijdsgrens aan gesteld? Het doet me nog zeer. Ik bezoek nu iemand die zwaar invalide is. Daar is een geweldige vriendschap uitgekomen. Ze kan nauwelijks praten, maar toch. We zingen samen, die oude liedjes van vroeger. Ze is nu naar een tehuis."

“Ik kan goed met de buren overweg. Maar toch, hoe mensen hier met elkaar omgaan. Het is toch anders dan in Wychen. Vaak zo negatief over elkaar. Is dat nou Amsterdams? Eigenlijk heb ik me hier nooit helemaal thuis gevoeld, maar ik maak er wat van. Bij Avanti heb ik een tijdje in het koor gezongen, maar het was moeilijk om in al die vreemde talen te zingen. Het was wel heel leuk. Ik loop elke dag even door het centrum, praatje maken met die en die.??? Mevrouw Spaans pauzeert even. “Het is wel raar om zoveel over mezelf met je te praten, er komt ook van alles boven ineens! Een tijdje geleden kwam ik zo’n groepje donkere jongens tegen hier. Een van hun had zo’n grote pet op, je weet wel, zo’n zak op z’n hoofd. Ik ben naar hem toegegaan en gevraagd wat daar nou in zat. M’n haar, zei die jongen. Goh, ik dacht je boodschappen, zei ik. Hebben we zo gelachen! Kijk, dat vind ik leuk omgaan met mensen! Ik ga ook altijd kijken bij het Havenfestival en de Triathlon. Ik heb ook veel leuke dingen in Almere meegemaakt hoor, maar de trieste dingen blijven soms langer hangen. Er verandert wel veel hier, veel nieuwe winkels."

“Ik sta ingeschreven voor Buitenhaege, het bejaardenhuis van het Leger des Heils, in Buiten zit dat. Een aanleunwoning, als er dan eens wat is, kan ik hulp krijgen. En ik ken ze allemaal, heb daar ook gewerkt. Ik ken de sfeer. Ik geloof dat de huizen over drie jaar worden afgebroken, dan ga ik. Maar ja, ik kan dan wel dood wezen, dan ben ik 90 jaar!" Mevrouw Spaans pakt wat foto’s en wijst aan. “Ik heb vijf witte en vijf zwarte kleinkinderen, die zijn geadopteerd maat er is geen enkel verschil. Ze zijn nu allemaal volwassen. Drie kleinkinderen wonen in Almere, in de Lindengouw. Een van m’n kleindochters woont nu op de Markt, in een soort studentenhuis. Leuk hoor."

Reacties