Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal: Ruud Ides door Rein Aardema

Duiventillerig

Ruud Ides (1928) kreeg begin jaren ’60 de gelegenheid om tot de eerste tien bewoners van Dronten te gaan behoren, maar omdat zijn oud-werkgever hem de kans bood om terug te komen, deed hij dit niet.

Het was hard ploeteren in die jaren om Oostelijk Flevoland met zijn 54.000 ha bouwrijp en bewoonbaar te maken.
De sloten werden meestal nog met de hand uitgegraven en om er te komen moest Ruud op maandagochtend vanuit Amsterdam met de trein naar Zwolle. Daarvandaan naar Biddinghuizen en vrijdags dezelfde weg terug naar Amsterdam. Zo’n reis duurde al snel een halve dag.

Overnacht werd er in barakken, zijn mede-arbeiders kwamen veelal uit Friesland en Groningen. s 'vonds werden er ter verpozing films gedraaid, kwamen er toneelgezelschappen en cabaretiers langs.
Ruim 40 jaar later en een polder verder, woont hij al weer bijna 13 jaar in de Kimwierde in Haven.

Buiten zijn 6 maanden werk in Oostelijk Flevoland bracht hij zijn werkzame leven voor het grootste deel via de Gemeente Beplantingen door bij de Universiteit van Amsterdam aan de Kruislaan waar genetisch onderzoek werd gedaan bij planten. Bij de Afdeling Biologie ging hij over het beheer van de planten.
Bij deze functie hoorde een dienstwoning.
23 jaar brachten hij, zijn vrouw, 2 dochters en een zoon hier in alle vrijheid door.
Het land werd omringd door een greppel en zijn enige buurman was een collega.
Hij wist dat hij bij zijn pensionering moest vertrekken, niet op stel en sprong, maar lang mocht hij toch niet blijven. In eerste instantie wilden zij naar het Oosten des lands. Amsterdam was geen alternatief daar wilde hij zeker niet blijven wonen; hij was geen stedeling. Almere was een mooi alternatief. Een dochter woonde daar al.
Een kennis maakte hem attent op een woning in de Kimwierde, alles was op de begane vloer, een vereiste voor zijn invalide vrouw en het uitzicht op de dijk beviel hem wel. Maar de gemeente wilde hen niet: hij verdiende teveel. Pas toen de gemeente te horen kreeg dat hij na zijn pensionering terug zou vallen in inkomsten en, naar Ruud meent, na lichte aandrang van de Universiteit, kreeg hij de woning in 1993 toegewezen.

"De buurt is de afgelopen 13 jaar minder rustig geworden, minder groen, rommelig en het is een komen en gaan van nieuwe mensen, duiventillerig."
Tegenover zijn huis staan vuilcontainers en Ruud ergert zich aan de troep die naast deze containers geplaatst worden, hij spreekt de mensen er ook op aan. Dat helpt.
Het moet gezegd als de omgeving schoon is hebben de mensen ook minder gauw de neiging om hun rommel er naast te zetten.
Met een paar buurtbewoners wist hij wethouder Heleen Visser er van te overtuigen dat er een container bijgeplaatst moest worden en dat ze vaker worden geleegd. De mensen van de Stadsreiniging zwaaien hem altijd gedag, ze kennen hem.

Na zijn pensionering heeft Ruud zich als vrijwilliger steeds voor de gemeenschap ingezet. Hij zat in de bewonerscommissie, hij bracht bijna 9 jaar maaltijden voor Tafeltje Dek Je rond. Toen kwam iemand op het idee om dit ’s avonds te doen, maar ’s avonds wilde Ruud bij zijn vrouw zijn. Hij stopte ermee. Inmiddels zijn de warme maaltijden vervangen door diepvriesmaaltijden.
Al 11 jaar knot hij iedere winter met toestemming van Staatsbosbeheer met 10 andere vrijwilligers wilgen in Almere, met de hand! Geen kettingzaag, een handzaag.
"De weg per fiets naar de bomen is dikwijls vermoeiender dan het knotten zelf."
Ook op de Kemphaan doet hij allerlei groene klussen en 'een beetje kletsen'.

Thuis verzorgt hij nog zijn vrouw Jennij, haalt boodschappen, houdt zijn verzameling Nederlandse postzegels bij en leest alles wat los en vast zit over de natuur. Twee dochters van Ruud en Jennij wonen in Almere, de een heeft een kinderdagverblijf op de Noordmark en de ander werkt in Loosdrecht. Zijn zoon woont op Terschelling en bevaart de Wadden.

Over zijn woning zegt hij: ,,Ik ga er alleen liggend uit.’’

Reacties