Top of this document
Go directly to navigation
Go directly to page content

verhaal 1

Wachter van het huis

1926 - 2006
/

In het voormalig Nederlands Indië, waar ik ben geboren en opgegroeid, geloofde men dat elk huis en wachter had: de Djaga Roemah, een afgestorven ziel. Dat kon een goede wachter zijn, afhankelijk van hoe hij had geleefd. In de ‘goede’ huizen voelde men zich prettig, in de ‘kwade’ was het oncomfortabel wonen en gebeurden er allerlei onprettige dingen.

Ik herinner me dat een van onze huisbedienden op donderdagavond, dat was de avond voor de Islamitische sabbath op vrijdag, door ons huis rondging met op een houtskool komfoortje brandende wierook, in alle hoeken zacht prevelend stilstaand. Was dat wellicht bedoeld om onze wachter tevreden te stellen? Hoewel mijn vader een hekel had aan de wierookgeur stonden mijn ouders dit ritueel ter wille van de gemoedsrust van onze bedienden toe.

Ik denk terug aan het begin van Almere bijna 30 jaar geleden toen ik als een van de paar honderd Almeerders van het eerste uur hier kwam wonen. Ik was toen 50 jaar oud, had net ene relatie beëindigd en wilde een nieuwe start maken. Ik vond het een uitdaging om voor het laatst in mijn leven weer te pionieren, zoals ik in de jaren vijftig ook in Nieuw Guinea had gedaan.

De Rozenwerf en Wittewerf waren net in aanbouw en toewijzing van een woning ging heel vlot. Ik mocht ook kiezen: een groot of klein huis, ik wilde vooral een gemakkelijk huis voor mijn oude dag, hoewel die toen nog zo ver weg leek.

Nadat ik het huisnummer op de Rozenwerf wist en plattegronden toegestuurd had gekregen, wilde ik ter plekke poolshoogte nemen. Ik trof één grote bouwput aan en modder in overvloed. Slechts met behulp van mijn plattegrond wist de opzichter mij te wijzen waar mijn huisje kwam te staan. Ik stapte over een hoop rommel via een groot gat in de muur — waar later mijn keuken met twee openslaande deuren zou komen — mijn toekomstige huisje binnen en ondanks de chaos werd het liefde op het eerste gezicht! Ik zag het helemaal zitten met dit grappige huisje met z’n driehoeksvorm en schuine muur in de woonkamer, naar wat later nogal lastig bleek met de vloerbedekking. Er zouden zowel vóór als achter zoveel deuren komen en dat gaf me een veilig gevoel, kon ik bij onraad van alle kanten wegkomen!
De achterdeuren kwamen uit op wat ik mijn ‘puntmutstuintje’ ben gaan noemen. Hier zou ik gaan wonen, op de bodem van een vroegere zee, en zou ik later in mijn tuintje staan mijmeren hoe heel vroeger boven mijn hoofd de koggeschepen voeren. Het fascineerde me enorm.
Het duurde nog twee maanden na die eerste kennismaking dat ik de woning kon betrekken: bestrating en verlichting volgden pas na een week of twee en hoe lang heb ik niet met platgeslagen verhuisdozen geprobeerd de modder buiten te houden. De zondagen waren ook apart, dan liepen groepen mensen bij ons naar binnen te gluren terwijl wij nog tussen de verhuisdozen en rommel zaten. Aapjes kijken, noemden we dat.

Maar, wie ook mijn huis bewaakt, de verdronken koggeschip vaarder uit ‘ancient times’ of de leuke jonge RAF’er: hij is en goede wachter en beslist geen kwade. En een eigen woning kreeg mijn wachter ook. Niet de voor de Indonesiër heilige boom, de waringin, waar in Indië de wachters in wonen, maar een Koreaanse kronkelwilg — die ik met korting omdat hij zo ondermaats was — bij de bloemenman onder de luifel van onze eerste supermarkt Jac. Hermans, weghaalde. In de maagdelijke kleigrond in de punt van m’n puntmutstuintje tierde deze kronkelwilg en schoot in een mum van tijd zo’n 7 meter de lucht in! In mijn verbeelding woonde de wachter heel prettig in die pseudo-waringin samen met de kwetterende vogeltjes die hoe langer hoe meer verschenen.

Het huisje aan de Rozenwerf is voor mij een goed en bijzonder huis geworden, waar ik zo aan verknocht ben geraakt. Ik voel me er veilig en prettig in, ben altijd weer blij om thuis te komen en het gevoel te hebben dat het huis mij warm en veilig ‘omarmt’. Is het daarom misschien zo dat mijn goede wachter gewoon mijn eigen hart is en mijn eigen gemoedsrust waardoor het prettig aanvoelt? Ach, ik fantaseer verder, het moet gewoon ene samenspel zijn tussen een goede wachter en een tevreden bewoonster van het huisje op de Rozenwerf dat hij bewaakt, en dat het huis op die twee samen ook weer prettig reageert. Kan toch?

Auteur: Mw. Laurens-Timmerman

Reacties (1)

Mooi verhaal

Geweldig dat mevrouw Laurens de moeite heeft genomen haar verhaal voor ons op de tikmachine uit te tikken en in te sturen. Met foto's! Prachtig verhaal ook!

31 mei 2006, 16:09
Reacties (1)