De Bijenkorf was de eerste school in Almere, maar eigenlijk het hart van de nieuwe stad. Van politiek tot cabaret en alles wat ertussen zat: het gebeurde op De Bijenkorf.
Als toekomstige bewoners, want daar hoopten we op, hadden we al menige bijeenkomst in het gebouw De Kern achter de rug toen op een dag een uitnodiging in de bus lag voor het slaan van de eerste paal van de allereerste school van wat later officieel Almere zou gaan heten.
Het bekende gele busje van de Rijksdienst stopte deze keer niet bij De Kern, maar reed door over de dijk tot aan een glibberige afrit. Het getimmerde bordje gaf aan dat dit Het Bivak was, een aantal houten optrekjes voor de mensen die als eersten in de blubber werkten aan wat een nieuwe, grote stad moest gaan worden.
Behalve de twintigtal bewoners in spe bestond het gezelschap voor de plechtigheid van het slaan van de eerste paal uit de mensen van de Rijksdienst inclusief de eigen filmploeg en de hoofdpersoon van de dag de toenmalige minister van Verkeer en Waterstaat Tjerk Westerterp, een mannetjesputter die op dat departement alleen maar mindere opvolgers heeft gehad, maar dat zag je er op die dag en op dat uur niet aan af. In elk geval toonde hij de eigenschap de juiste kleding voor het juiste moment te hebben, broekspijpen die niet al te extra van modderspatten te lijden zouden hebben en uitstekend onder een regenjas met dezelfde waardering. Net als de Rijksdienstlieden had hij de bijpassende gele bouwhelm op. Hij was hem een beetje te klein, merkte ik op want hij wiebelde een beetje. De helm, dus.
Het paadje waarover we ons naar de paal begaven was smal en voor de gelegenheid zo goed als mogelijk verhard gemaakt. De paal zelf stelde niet erg veel voor, een stuk onpersoonlijk hout dat uit de modderige bodem stak.
Het waait meestal in de polder en waar nog niks overeind staat om enige luwte te bieden waait het onbekommerd hard. Het was nog behoorlijk fris om niet te zeggen koud en de plechtigheid was al snel achter de rug. Wellicht vanwege het weer maar het paste ook wel weer in de traditie van de Rijksdienst: niet lullen maar poetsen. Een eindje verder stond trouwens de tent van Jac Hermans op ons te wachten met zonder twijfel warme koffie of hete chocola. Het gezelschap haastte zich erheen.
Ik herinner me een mevrouw die om zo gauw mogelijk dit walhalla te betreden een stukje wilde afsnijden en daarom het gebaande pad verliet. Iets wat zij beter achterwege had kunnen laten want de modder slokte een van haar schoenen op. Achteraf zag ik deze gebeurtenis als de profetische afkondiging van de toekomstige carnavalsvereniging met de toepasselijke naam De Moddertrappers.
De Bijenkorf was dus de eerste school van Almere en had vooral in het begin niet te klagen over een gebrek aan belangstelling. Oude kranten kon je er volop kwijt en er werd van alles georganiseerd. Het was ook het eerste stemlokaal van Almere. Later, toen de Schoolwerf een beetje ging vergrijzen kwam de school leeg te staan.
Het einde van De Bijenkorf kwam onverwacht en triest toen de school in de brand vloog. Oorzaak was naar men zegt kwajongenswerk met rotjes. Branden trekken altijd veel volk en dus ook die van De Bijenkorf. Wat overbleef was een vieze, natte bende. Een triest einde van een stukje historie van het eerste uur.