Voor het PBA was de periode van "traffic in towns" definitief voorbij, de auto dicteerde niet langer het stadsontwerp. Als basis geen rasters meer zoals Lelystad en de Bijlmermeer dat hadden, geen parkeervelden en geen spectaculaire autotunnels. Lang voordat Krier zijn perspectieven tekende waaruit de automobiel voor altijd leek te zijn verbannen, verwijderde Almere de auto uit het straatbeeld. Loop maar eens vanaf de Brink in Almere Haven het grachtje langs de Schoolwerf op. Of fiets in Almere Stad door Stedenwijk -Noord en -Midden, over het Deventerpad en de Olstgracht: Als je niet beter wist zou je denken dat Almeerders geen auto hebben. Pas via smalle steegjes lopend naar de achterkant van winkels en huizen vind je de terreinen waarheen al dat blik welbewust is weggewerkt. Het ontwerp van Almere is niet meer door de auto bepaald, maar door de vrije busbaan.
Jan Frans De Hartog zet het mooi op een rij: De Noord Oostpolder werd ontworpen vanuit de fietser, Lelystad vanuit de automobilist en Almere vanuit het openbaar vervoer.
Wij dachten aanvankelijk echt dat we het langzaam verkeer en openbaar vervoer konden stimuleren door de afstanden voor fiets en bus kort te maken en de auto te laten omrijden. Het gaf voldoening als ik bij het begeleiden van een zoveelste excursie de afstand tussen -Haven en -Stad sneller op m´n fietsje aflegde dan de bezoekers met hun touringcar: ik stond ze in het stadscentrum dan rustig op te wachten. Maar helaas, toen het resultaat van deze strategie na een paar jaar werd gemeten, bleek deze geen enkele invloed te hebben gehad op de modalsplit tussen auto- en busgebruik. was Niet alleen was het autobezit in Almere gelijk aan dat in andere voorsteden, maar ook het gebruik deed daar nauwelijks voor onder. Bovendien werd geleidelijk aan duidelijk dat dit autootjepesten ook z´n nadelen had. Voor automobilisten, vooral voor hen die de stad niet kenden, was het knap irritant: een negatief punt voor het imago van Almere. Ik zie nog die bestuurder voor me, in z´n Opeltje op de busbaan bij de Zoetelaarpassage, die vanuit het centrum Stedenwijk wilde inrijden en dat niet kon: woedend was hij. Hoe meer ik mijn best deed om uit te leggen wat en waarom, hoe bozer hij zich maakte.
Vreemd genoeg zijn het niet de verkeerskundigen geweest maar de stedenbouwers die in de tachtiger jaren het roer hebben omgegooid en in hun plannen ook de auto weer als volwaardige partner zijn gaan behandelen. Ook binnen de woonwijken werd de routing voor de auto weer net zo belangrijk als de behandeling van bus- en fietsroutes. Je vindt dit voor het eerst terug in -Buiten waar hierover van begin af aan anders gedacht werd en waar de Bloemenwijk zelfs een gave ringweg kreeg als centraal thema.
Ook Almere Stad heeft in dit opzicht een ommezwaai gemaakt. Met het plan voor de Kruidenwijk is dat nog maar half uit de verf gekomen maar in Muziekwijk zie je voor het eerst weer een volledige acceptatie van de auto. Later in -Stad Oost is het normaal geworden, de "Krier- periode" is voorbij: Je kunt het niet maken een transportmiddel dat we allemaal gebruiken zozeer weg te moffelen.
Het was jarenlang een punt van discussie met onze verkeerscollega´s voor wie het een prioriteit bleef om de auto te temmen. We zijn het daarover nooit helemaal eens geworden. In welke richting deze discussie zich de komende jaren ontwikkelt, dat kunnen we binnenkort zien in Almere Poort.
Niets hieruit mag gebruikt worden zonder schriftelijke toestemming vooraf van de auteur.