Een sekte. Zo keek de buitenwereld tegen Het Apostolisch Genootschap aan, denkt Chris Trauschke, “Zó gesloten was het. We willen nu meer openheid creëren. Hij leidt die zondag de dienst, bij afwezigheid van de vaste voorganger. Die woont een conferentie bij over leiding geven. In deze 6e aflevering van Kerkepad: Het Apostolisch Genootschap Almere.
‘De Apostel’, de landelijke leider van alle Apostolische gemeenschappen kwam in 1996 met het plan in Almere voor de ‘dakloze’ leden een gebouw neer te zetten. In het ontwerp moest de toenemende openheid tot uitdrukking komen. Het gebouw, in de vorm van een half open schelp, werd in april 2000 aan de Simon van Collemstraat in gebruik genomen. De architectuur verwijst naar zowel het verleden van de bouwplek (zeebodem) als de toekomstige openheid. Dankzij een grote glazen wand aan de voorzijde is van buitenaf helemaal door de grote hal te kijken.
Bij de bouw leverden de leden, die voorheen in een school en een bouwkeet bijeen kwamen, als echte pioniers hand- en spandiensten.
Apostolischen vertrouwen meer op de mens dan op God. “Religiositeit zien we als een intens menselijke emotie die voortkomt uit diepe verwondering en ontzag voor het mysterie van de schepping," meldt de website.
Oorspronkelijk - sinds 1835 in Engeland, later ook in Duitsland en Nederland - achtten de ‘Apostelen’ zich door God geroepen om de verdeelde christenheid voor te bereiden op het einde der tijden. Nu is het geloof in zowel die eindtijd als de fysieke opstanding en wederkomst van Christus verdwenen. Wat er na de dood gebeurt? “Geen idee," zegt Trauschke. “We houden ons daar niet mee bezig, maar richten ons als religieuze beweging op ons leven vandaag en wat wij nalaten voor de toekomst."
Dat blijkt ook uit de weekbrief, waarin de Apostel de voorgangers het weekthema aanreikt.
Deze keer: leiding geven en ontvangen uit liefde. Wegens die conferentie.
Trauschke geeft aanschouwelijk onderwijs, met een buis. Een ‘leiding’ dus. Hij toont hoe water uit een kan die niet recht boven een glas hangt, daar toch in is te schenken. Via de leiding.
“Het moet ergens vandaan komen. En ook wél stromen. Je moet dezelfde visie hebben om ergens te komen." En enigszins verontschuldigend: “Ach, doe er maar mee wat u wilt."
De rondgang volgt. De rituele maaltijd als start van de nieuwe week. Men eet in wijn gedoopte ouwel. Evenals communie / heilig avondmaal in de kerken een verwijzing naar het laatste maal van Jezus met zijn discipelen. Maar hier ligt het accent op ‘gevoel voor gemeenschap’, vertelt mijn buurman. Hij straalt. Een blij mens. Hij zegt door het Genootschap de zin van zijn leven te hebben gevonden.