De pendelbus staat kwart over zeven klaar. Er wacht een rit van meestal anderhalf uur. Het is een leuke ploeg authentieke figuren waar ik mee reis. We hebben ontzettend veel lol in de bus. Gelukkig zit bij iedereen wel een draadje los. De haakjes en oogjes zijn te tellen. De stemming zit er meestal vroeg in. De bus rijdt schuddenbuikend naar de plaats van bestemming. Hemelsbreed nog geen 10 kilometer van Almere. Maar het lijkt vaak een retourtje Maastricht. Je raakt er aan gewend. Aan de rit naar het Gooi. We zijn meestal met zijn zessen. Soms is er iemand ziek, dan hebben we wat meer ruimte. Je raakt ook aan elkaar verknocht. Jaar in jaar uit met elkaar in diezelfde pendelbus. Soms wel tien jaar achtereen. Je moet wel.
Na een dag hard werken gaat de rit weer op huis aan. Het is meestal een vermoeiende dag, met veel lichamelijk werk. Nu rijdt het wat vlotter, meestal geen file. Binnen een uur is iedereen thuis. Geen schuddenbuiken op de weg terug. Maar lekker ronken.
We hadden natuurlijk liever in Almere naar school gegaan. De mytylschool in Huizen is een fantastische school, met veel lieve en deskundige mensen. En als ik het goed met de hulp van mijn vader uitreken, dan moet ik - voordat ik mijn diploma haal - de komende tien jaar nog minstens 6000 uur in het busje reizen. Van A naar ... Als de files niet langer worden.
Aan mijn lichamelijke handicap valt weinig te doen. Ik ben nu bijna zeven jaar, heb nog een heel leven voor de boeg. Alleen ik begrijp niet dat er in Almere geen school voor gehandicapte kinderen staat. Daar kun je wel wat aan doen. Zodat ik gewoon door mijn ouders naar school kan worden gebracht. Daar wordt niet alleen ik, maar worden ook 120 andere Almeerse forensjes een stuk gelukkiger van.
Een verhaal van Mayim (beetje geholpen door papa).