“Ik was zes," zegt Sylvia. “En ik weet het nog heel goed. We kregen de sleutel van minister Westerterp en het huis zat vol pers. Ik had een hoofddoekje op. Er was een pad gelegd in de achtertuin zodat niet iedereen door de modder hoefde te ploegen. Toen wij er twee dagen later in trokken was het huis toch één grote modderzooi. En dat pad was ook meteen opgeruimd…Op 1 december 1976 zijn we verhuisd. Het was groot, alles was groot. We kwamen uit de Indische buurt in Amsterdam en vergeleken daarmee was het huis gigantisch. Alleen óns blokje stond er en wij waren de enige bewoners van de Schoolwerf. Heel raar. We gingen trouwens wel meteen naar school, de Bijenkorf. Ik zat in de klas met een dochter van Joop Kuys, de hoofdmeester. Mijn zusje en haar zusje zaten bij de kleuterjuf, in een ander klaslokaal. We waren in totaal met 4 kinderen. We hadden de hele school tot onze beschikking. Enig! We kregen heel veel aandacht van de pers: tv, kranten. Onze leraar was ook hoofdmeester en die had ene dagtaak aan de pers. Stapels artikelen heb ik nog. De Bijenkorf was een Jenaplanschool, dus dat was extra bijzonder en kreeg extra aandacht. Ik weet wel dat we op een gegeven moment toch ook wel graag écht wilden leren. We hebben gezeurd om echte rekenlesjes. Het heeft niet heel lang geduurd, die periode, er kwamen redelijk snel kinderen bij. Op en gegeven moment kwam De Ark er ook bij, die zaten in een ander deel van het honingraatgebouw. Dat was een christelijke school en we waren strikt gescheiden van elkaar. Ook buiten spelen deden we helemaal apart, raar eigenlijk."
Slimme mannen borrelclub
“De Bijenkorf, daar gebeurde alles. Van koffiedrinken tot politiek tot volksdansen. Mijn vader is daar de politiek in gerold. Hij was buschauffeur in Amsterdam maar in Almere werd hij de eerste parttime wethouder. Volgens mij hadden die mannen die toen voor politici speelden helemaal niet zo in de gaten hoe groot die verantwoordelijkheid eigenlijk was voor die stad in wording. Dat zijn typisch dingen die je je achteraf realiseert. Het was heel erg ouwe jongens krentenbrood, een slimme mannen borrelclub. Wij kinderen hadden daar geen besef van, hebben daar heerlijk doorheen gehobbeld en genoten van die megazandbak die Almere was. Later ging ik naar de Meergronden, daar waren we niet de eerste lichting want er waren inmiddels oudere kinderen uit Amsterdam komen wonen. De Meergronden werd al snel groot, voor ons Bijenkorf kinderen was het wel een schok. We hadden altijd een bijzondere positie gehad en werden nu ineens anonieme brugklassertjes. Dat was in het begin heel eng. Op de Bijenkorf bedachten we ook veel zelf, dat waren we gewend. Bovendien: mijn vader was wethouder, mijn moeder was heel actief in het vrijwilligerswerk. Als kind had ik dus al heel sterk het gevoel dat je in Almere van alles voor elkaar kon krijgen. Anderzijds ergerde ik me al jong heel erg aan dat ouwe jongens krentenbrood gedoe, zo van: als je die en die kent, kom je er wel….Ik vond dat helemaal niet leuk. Op straat werd ik ook aangehouden, ‘jij moet wel de dochter van Rob de Boer zijn’. Zo naar vond ik dat. Ik wilde niet dat er naar me gekeken werd. Ik heb dat van veel kinderen gehoord van wie de ouders actief waren. We werden niet beoordeeld op wat we konden maar op wie onze ouders waren. Het gebeurt me nog steeds wel. Vreselijk. Omdat ik zo’n heerlijke schooltijd had gehad, ben ik naar de Pedagogische Academie gegaan en heb ik zelfs nog stage gelopen bij de Bijenkorf."
Verwend
“Op m’n 18e ben ik naar Almere Buiten verhuisd, simpelweg omdat ik daar snel een woning kon krijgen, niet omdat ik weg wilde uit Haven. Op de een of andere manier verzeil ik altijd in bijzondere wereldjes. Ik heb mijn studie niet afgemaakt maar ben gaan werken als lichttechnicus bij het Muziektheater in Amsterdam. Ze hadden iemand nodig voor de volgspot. Maar Almere heb ik altijd zo heerlijk gevonden, terugkomend uit Amsterdam en dan die rust, dat plattelandsgevoel, met de hond naar buiten. Ik ben bij Tumult gaan werken, heel erg leuk. Een club door Almeerders, voor Almeerders. Ook zo’n bijzonder wereldje. Tumult ondersteunt mensen die met goede culturele plannen voor Almere rondlopen. Ik heb in de loop der jaren een theorie over Almere ontwikkeld. Veel mensen die hier komen wonen, komen uit een slechte woonsituatie in Amsterdam. Die krijgen hier ineens de ruimte. Het lijkt alsof mensen daardoor minder van elkaar kunnen hebben. Als je in Amsterdam op drie hoog achter woont, is het vanzelfsprekend dat je last hebt van je buren maar rekening met elkaar houdt, je moet meer geven en nemen. Ik ben echt zeikeriger geworden hier. In Almere zijn we verwend!"