Langzaam maar zeker kwam de datum dichterbij ik leefde er naar toe als naar een nieuw huwelijk. Ik was zo verliefd op Almere, ik hield zoveel van de polder en stelde me voor hoe ik samen met mijn nieuwe buren mijn laatste levensfase in saamhorigheid, plezier en delen van lief en leed zou doorbrengen. Een jaar lang kwam ik eens per maand naar een buurthuis in Haven. Die plek kwam goed uit, mijn dochter woonde al een tijdje in Haven, ik nam snipperdagen en logeerde bij haar. Ik maakte kennis met mijn potentiële buren, we vergaderden over het hoe en waarom, maakten ruzie over het meubilair, de vloerbedekking en schoonmaken. Zo af en toe had ik mijn twijfels, dat wel. Maar ja liefde is blind, zeg nou zelf wie kent niet dat gevoel in de ‘verlovingstijd’. Als ervaringsdeskundige welzijnswerk probeerde ik mijn steentje bij te dragen. Nog even sloeg mij de schrik om het hart, de gemeente dreigde roet in mijn aanstaande huwelijk te gooien. Ik was nog net geen 60, gelukkig werd ik na ‘verhoor’ als ‘volgouder’ geaccepeerd.
Eindelijk was het zover 13 Juni 1991 stond de verhuiswagen voor de deur van mijn torenflat in Enschede. Veel liet ik achter, vooral de collega’s en vrienden maar ook ‘spullen’. Hoewel, veel ‘dingen’ kregen een plaats in de gezamenlijke ruimten.
Nooit vergeet ik de tweede dag. De 14e Juni 1991. Ik boende de douche ruimte: Ding-dong, Ding-Dong, Ding-dong, de deurbel, alsof er brand was! “Is dat rode autootje van jou?” Mijn overbuurvrouw. “Kom even bij mij kijken, ik geloof dat er een bank...” Moedeloos staarde ik vanaf drie hoog naar de verbrijzelde motorkap. Een goed begin is het halve werk. Verzekering dekte de schade.
1 September 1996 zijn we gescheiden, de Metronoom en ik. Foute balans, waarschijnlijk was ik nog niet oud genoeg.