Op een dag zei mijn dochter:" Mama op school noemen ze mij een allochtoon. Wat is dat?" Ik legde het zo goed mogelijk uit en dacht : Wat een onsympathiek woord. Toen ontstond dit gedicht:
Allochtoontje en autochtoontje
Er is een zonnig meisje uit de tropen dat samen met haar ouders en broer de
Nieuwe Stad (Almere) kwam binnen lopen.
Op de basisschool aangekomen, krijgt ze een etiket waarvan ze nooit heeft
kunnen dromen...
Allochtoontje: nog net geen vreemd snijboontje?
De geleerden gebruiken dit begrip en het meisje haar denkwereld verandert in
een wip!
Waarom plaatsen mensen elkaar in hokjes?
Hoe bouwen we samen aan zo'n maatschappij met aparte blokjes?
De kinderen waarmee ze speelt, is dat wel goed als men ze onderverdeelt?
Dag witje, dag zwartje, dag half-wit zwartje of dag half-zwart-witje?
Wat schuilt er achter de lach van het parelwit gebitje?
Wat voelen jullie echt in jullie hartje? Vreugde of smartje?
Dag allochtoontje, dag autochtoontje, hoe noemen we over 20 jaar jullie zoontje?
Misschien liefdevolle halve allochtoon-autochtoon?
Dit is geen sarcasme of hoon!
Kunnen wij niet nu ons bezinnen en een mensvriendelijk taalgebruik
verzinnen?
Mijn dochter en zoon hebben ondertussen waardevolle vriendschappen opgebouwd in de buurt en ook in andere wijken in Almere.Met de naaste buren hebben we goed en geregeld contact. Mijn ervaring met Almere is dat deze nieuwe stad een open stad is waarin elke burger de ruimte heeft zichzelf te zijn.