Barabara wandelt zo’n vier keer per jaar met een geïnteresseerde doelgroep. “Voornamelijk met Almeerders,” zegt Barbara. “Mensen die al langer in Almere wonen en die nog nooit verder gekeken hebben dan hun eigen straatje... Heb je dat geroken buiten? Die zoete geur van de balsempopulier? Lente! Ik wil mensen de natuur vooral laten voelen, het gaat niet om kennis. Kijk om je heen, al die verschillende kleuren van de bomen in het vroege voorjaar. En je hoeft echt het bos niet in om het te beleven. Ik heb het bos enorm zien veranderen in de loop der jaren en ook alle stadia van onderhoud gezien. Soms wordt er teveel onderhoud gepleegd, dan weer te weinig. Dat is jammer. De plannen voor Almere waren aanvankelijk zo mooi, met de natuur onder handbereik. Dat is aan het veranderen. De verstedelijking rukt op.”
Je moet het even weten...
Volgens Barbara groeit er heel veel eetbaars in de omgeving. De moderne Almeerder weet het alleen niet. Kwee appeltjes bijvoorbeeld. Barbara: “Dat zijn van die kleine, keiharde appeltjes. Je kunt ze niet eten, maar je kunt er wel gelei van maken. Wij weten dat helemaal niet, maar onze medelanders wèl.
Tijdens de wandeling laat ik mensen ook proeven. Er is bijvoorbeeld een heel klein plantje, dat groeit overal. Het smaakt net als tuinkers. En de blaadjes van de daslook, knoflookachtig. En verse munt natuurlijk. In het najaar zijn er veel noten natuurlijk. Hier in het bos groeien veel walnoten, mensen weten niet dat je die eerst moet roosteren voordat je ze kunt eten. Van het afpellen krijg je hele vieze handen, vroeger werd dat als camouflage gebruikt. Walnoot is sowieso een bijzondere boom. Bij bijna alle huizen op het Franse platteland staat een walnootboom. Het verhaal gaat dat de walnoot beschermt tegen blikseminslag.”
Niet tegen de haren in
Barbara: “En paardebloemen natuurlijk. Paardebloemsla, dat kennen mensen wel. Maar wist je dat de paardebloemblaadjes extra lekker worden als er een molshoop op gelegen heeft? Dan blijven de blaadjes lekker zacht. En brandnetels. Ik leer mensen hoe je ze plukt. Dat doe je van onderaf en met de haartjes mee. Ze prikken pas als je ze tegen de haren instrijkt. Het is een van de eerste planten die in het voorjaar massaal aanwezig is, logisch dat die vroeger zoveel gegeten werden. Met de kinderen wordt er op De Kemphaan soep van gemaakt. Nou ja, dat zijn dus van die kleine dingen die ik vertel onderweg.
Meer dan mooi alleen
Bloemen zijn mooi, bloemen zijn schattig. Maar ook lekker! Barbara: “De blaadjes van de boterbloem en de dotter werden vroeger gebruikt om de boter geel te kleuren. Zelf gebruik ik regelmatig bloemblaadjes in de sla. Blaadjes van rozen, goudsbloemen, viooltjes. Het staat mooi en het is lekker. Mijn man vind het niks. ‘Is het weer zover?’ bromt ‘ie dan. Je kunt heel veel uit de natuur in de buurt halen. Als je ziet wat voor reis groenten soms afgelegd hebben... Ik eet zoveel mogelijk biologisch en let er op dat ik geen buitenlandse groenten eet. Kijk, je weet dat sinaasappels niet uit Nederland komen, maar appels uit Senegal? Kom nou!”
Barbara’s vlierbloesemthee
Werkt weerstandverhogend, goed bij griep en verkoudheid en lekker!
1 liter water, 4 eetlepels gedroogde vlierbloesem, afgedekt een kwartier laten trekken. Zeven en drinken.