“Die dag stond ik te praten met de buurman toen de secretaris van de vereniging ineens voor mijn neus stond,” vertelt Wim van Twiller. Hij sleepte me mee naar het stadhuis, waar de receptie al een half uur was uitgesteld. Iedereen zat te wachten tot ik kwam. Mijn vrouw en ik wisten nergens van. We hebben hem beiden gekregen. Alleen jammer dat mijn vrouw ook niet een speld kreeg. Ze ontving een bos bloemen. Ik vraag me af waarom wij hem kregen, want er zijn zoveel mensen die iets vrijwillig doen. Toch was het een hele eer en voelde ik me trots. De Cloe zei dat het de eerste keer was dat hij het op een trui spelde. Het drong niet helemaal tot me door. Je bent wel het middelpunt. Iedereen wil een praatje maken. De Almare, die altijd bellen voor de uitslagen, wou me interviewen. Ik grapte:’Had dat niet gelijk met de uitslagen gekund?!” Mijn zoon was trots op me. Hij vertelde het op zijn werk.”
“De speld zie ik als een brok waardering vanuit het bestuur. Hij ligt in de bijouterie-doos. Dragen doe ik hem niet. Dagen na de uitreiking vroegen ze waar de speld was. Toen ik zei dat hij thuis lag zeiden ze: Dachten we wel. Het is ook niks voor jou!
Tussen de andere Bonifatiusspelddragers en mij is geen contact. Heb wel contact gehad met dominee Verbaas, die hem in 1991 kreeg. Er zijn er die hem via het clubwerk krijgen. Dat is mooi. Mensen die hem via wat hun bedrijf doet krijgen verdienen hem niet, vind ik. Ze worden er toch voor betaald!!!? “