"Het was in het beginstadium van het Tante Truus-project," zegt Marjan. " Tante Truus is een lunchroom en cadeauwinkel waar verstandelijk gehandicapten werken, toen ik naar het stadhuis werd gelokt met de boodschap dat het project aan bod zou komen.
Als voorzitter van de stichting ABRI was ik daar toen al mee bezig. Ik dacht: “We krijgen een gift!"
Toen ik de raadzaal binnenliep zag ik alle familie en vrienden. Ik besefte toen dat er wat speelde. Pans begon in zijn toespraak over de gehandicaptenzorg en ik werd naar voren geroepen. Ik kreeg de speld. Alles ging in een roes langs me heen. Weet wel dat ik geroepen heb 'en nu de schouders onder tante Truus'. Ik was zo overdonderd dat ik na afloop een paar glazen wijn nam om het te verwerken. De dagen erna kreeg ik veel bloemen thuis.
Toch vond ik mezelf te jong voor een onderscheiding. Meestal worden wat oudere mensen onderscheiden. De speld bewaar ik wel. Hij ligt in een vitrinekast. Elke nieuwjaarsreceptie draag ik hem.
Zo’n plaatselijke waardering plaatst je heel dicht bij de samenleving. Voor mezelf betekent dit erkenning van mijn werk. Ik had het even goed wel gedaan, maar op dat moment voel je je trots. Voor de stichting betekent het naamsbekendheid en ook erkenning. De speld is dan ook niet alleen voor mij belangrijk, maar hij komt ook alle vrijwilligers toe die ervoor werken. En elke keer laten zien wat een enthousiaste ploeg ze samen vormen."