WvdG - Ivar Muis - Mooie plek. Foto: Geert van Wijk.
De vrijheid. Dat is wat ik fijn vind. Als kind zat ik vooral veel thuis. Ik had geen zin om naar buiten te gaan. Maar vanaf een jaar of elf ontdekte ik de buitenwereld. De lol was er binnen wel af. Ik ging toen voor het eerst naar een tienerkindercentrum in de buurt en leerde daar veel andere kinderen kennen. Praten is een van mijn hobbies...”
Welzijnswerker in de dop
“Dat tienerkindcentrum is nog steeds mijn fijnste plek in de stad. Ik werk er nu ook als vrijwilliger. Het centrum is er om kinderen tussen de negen en twaalf jaar oud van de straat te houden, ze op een goede manier op te vangen. Het is bij mij op de hoek, daarom kwam ik er terecht. Het is een plek waar ik na school en ’s avonds bezig kan zijn. Praten, gamen, knutselen, huiswerkbegeleiding, in de vakantie organiseren we uitstapjes. Het gaat me om het contact. Binnen De Schoor zijn er niet veel jongeren die vrijwilligerswerk doen. Ik zou later ook het liefste een baan hebben in het welzijnswerk. Het lijkt me echt leuk dat in Almere te doen. Het is mijn stad, ik heb hier alles.”
Druk
Ivar heeft een druk programma. Behalve het werk bij het centrum, doet hij aan werelddansen. Al negen jaar lang, drie keer in de week. “Doe ik ook in Kruidenwijk,” vertelt Ivar. “Vroeger heette het volksdansen en het wordt al heel lang gegeven door een inmiddels oudere man. Het ligt niet voor de hand, hè, een jongere die ‘werelddanst’. Mijn moeder las een advertentie in de krant toen het opgestart werd. Ze heeft mij opgegeven, ik was toen zes. Ik vond het leuk en ben gebleven. Het zijn vooral meisjes van mijn leeftijd die op dansen zitten, geen jongens. Gelukkig is het op school niet zo druk, dus ik kan het er allemaal naast doen. En school, tsja, dat blijft gewoon school. Je kan er naar school en pauze houden. Beetje praten. Het is en blijft school. Even doorbijten.”
Eigen ding doen
“Ik heb geen plekken in de stad die ik naar vind. Als ik me daardoor moet laten weerhouden...Er gebeurt zoveel narigheid, zeker onder jongeren. Ik trek me er niet veel van aan. Conflicten ga ik uit de weg. Jongeren willen graag buiten zijn, hun eigen ding doen. Die lopen niet warm voor dingen die de gemeente organiseert. En ja, dan gebeurt er wel ’s wat.”