Ik herinner me het nog goed toen Mats en ik dat voor de eerste keer - nu twee jaar geleden - deden. Hij was toen vijf jaar oud. Nadat we ons tentje opgezet hadden, met de rug naar de bosrand, dwaalden we geruime tijd over het verlaten terrein van ‘de Kemphaan’, die nu helemaal ‘van ons’ was, zoals Mats zei. Wat een weelde!
We keerden naar de tent terug, bereidden een simpel maaltje en zaten nog wat nagenietend op onze stoeltjes voor de tent. Plotseling zei Mats: "Opa, wanneer gaan we nou kamperen?"
"We kamperen nu toch?", zei ik verbaasd.
"Nee", zei Mats, "we moeten in de tent liggen; dat is pas kamperen".
Op mijn horloge kijkend protesteerde ik: "Maar het is nog veel te vroeg, om half acht gaan we nog niet slapen, hoor!"
Mats zuchtte, maar legde zich bij mijn beslissing neer. Ik stelde voor nog een boswandeling te maken en gewapend met zijn zaklampje liep Mats voorop om er eventueel wilde dieren mee te kunnen opsporen. Af en toe hoorden we het gebrul van de apen in hun kooien, iets verderop. Dat maakte het allemaal wel erg levensecht.
Volgens Mats moesten we voorzichtig zijn en bij onraad zo snel mogelijk een boom inklimmen, maar dank zij zijn zaklampje kwamen we heelhuids bij de tent terug.
We gingen weer voor de tent zitten, maar ik kon duidelijk merken dat Mats niet tevreden was. Dit was natuurlijk geen kamperen, en ja hoor, na een paar minuten klonk het weer: "Opa, wanneer gaan we nou kamperen?"
"Je wilt de tent zeker in, hè?", vroeg ik. Hij knikte. "Oké, dan gaan we nu onze tanden poetsen en daarna duiken we in onze slaapzakken?".
Het was nog maar half negen. Toen we ons uitkleedden zei ik: "Maar we gaan nog niet slapen hoor; het is nog veel te vroeg. We gaan eerst nog even lekker liggen kletsen".
Mats vond het best. We gingen liggen en ik draaide me naar hem om: "Zo, nu ben je dus eindelijk aan het kamperen", begon ik, maar Mats antwoordde al niet meer. Ik richtte me half op en zag tot mijn verbazing dat hij in een diepe slaap was gevallen. Mats kampeerde voor de eerste keer in zijn leven. Hij had er zo naar uitgekeken, maar was er geen getuige van.