Nel Ploos van Amstel woont sinds 1981 in Almere. “In Amsterdam was een goed huis niet betaalbaar, vandaar dat we naar Almere gegaan zijn. We begonnen in een flat op de Meenten. Geweldig. We hadden uitzicht op het Gooimeer. We werkten in Amsterdam, er was onderweg zegge en schrijven één stoplicht, in Amsterdam West, en er stond nooit file:ideaal! In 1983 zijn we naar de Wierden verhuisd, weer aan de dijk want daar wilden we blijven. Daar hebben we 12 jaar gewoond. De overgang naar de Wierden was best moeilijk. We gingen van de vrije sector naar een premie-A woning en kwamen in een hele andere sociale omgeving terecht. Koopwoningen en sociale huur woningen stonden door elkaar heen en het was gewoon oorlog tussen die twee groepen. We hebben zelfs een schietpartij meegemaakt. De meeste mensen woonden er al lang, niet iedereen was tevreden met zijn situatie. We woonden in een rijtje van tien gezinnen en acht daarvan waren gescheiden. Onze kinderen vroegen wanneer wij nou gingen scheiden…scheiden was normaal voor ze. Je hebt geen netwerk van familie en vrienden om je heen als je in zo’n nieuwe stad begint. Dat was best lastig. Voor de kinderen was het geweldig al die ruimte en heel veel kinderen om zich heen. Maar die sfeer, dat waren we op een gegeven moment toch helemaal zat. Het verpauperde doordat alle probleemgevallen uit Almere daar in de sociale huur gezet werden. We hadden het idee dat ze echt gedumpt werden. We zijn naar De Velden verhuisd, want we wilden wel in haven blijven, we hebben geen binding met de andere stadsdelen. De jongste woont nog thuis, de oudste woont in Buiten maar wil wel graag naar Haven. De kinderen hebben een geweldige jeugd gehad. Scouting, surfen, paardrijden, alles kon. En het is veilig doordat de verkeersstromen gescheiden zijn. Kinderen kunnen al heel jong zelf overal heen fietsen.
We hebben een eigen zaak in Almere. We voeren tuberculose projecten uit voor de Derde Wereld, mijn man komt uit de farmacie en drijft de zaak. We krijgen dus veel bezoek uit Afrika en India. We laten ze Almere zien en de polder. Mensen vinden dat prachtig, zo’n nieuw gebied onder de zeespiegel. En dat iedereen hier zo goed kan wonen. Dat wordt heel bijzonder gevonden."