November 1996 / Connie Franssen
Een koophuis. In Almere Buiten. Verlangend naar ruimte maar met een hart vol twijfel verhuizen we. Ik kan maar niet slapen die eerste nacht, mis de geluiden van Amsterdam. Wat is het hier buitenaards stil. Ik loop het dakterras op. Het is ijskoud en aardedonker. Boven me hangen de sterren voor het grijpen, achter me de komeet van Haley, roerloos als de ster van Bethlehem. Ik kijk tot ik door en door koud ben, kruip dan in bed. En slaap als een kind.